![]() |
| Coney Island, foto: Bram Esser |
Pas op Coney Island besef je dat het een keer ophoudt, dat de stad eindig is. Eerst verkruimelt de bebouwing in een trashy amusementspark en daarna begint de zee. Maar in menig opzicht is dit ook het einde van de wereld. Een plek waar je voor vijftig cent een reusachtige rat of een gigantische slang kan aanschouwen. Voor een dollar mag je een blik werpen op de 'headless woman, still alive'. Ik kijk door het vuile glas naar een vrouw in een rolstoel, die griezelig haar armen heen en weer beweegt en inderdaad geen hoofd meer heeft.
'Do you think its true?', vraagt een moeder met een kind op de arm, die met mij heeft meegekeken. 'Ze zeggen dat het echt waar is. Dus dan zal het wel, toch?' Plotseling word ik overvallen door een diepe melancholie. Op Coney Island lijkt iets mis te zijn gegaan met de tijd. De tijdperken van reuzenslangen en van spinnenvrouwen zijn er op een vreemde manier in elkaar vervlochten geraakt. Als ik een groepje Russen met suikerspinnen en Piña Colada's over een parkeerplaats zie lopen, staat het mij glashelder voor ogen. Dit is een glimp van de toekomst.

































