400 jaar Nederlanders in NY

Lettergrootte:    
Koppensneller
1992
De eerste keer dat ik in New York was, woonde ik samen met een koppensneller. ‘Er zit geen deur in zijn kooi’, zei Ilan, ‘maar maak je geen zorgen, hij is zo mak als een lammetje’.
What happened? foto: Wim de Bell

Ilan vertrok nog dezelfde avond naar Canada en ik mocht tien dagen lang logeren in zijn atelier, een oud fabrieksgebouw bij Jackson Avenue, niet ver van Vernon Blvd. Het atelier was zo groot als een gymzaal. In het midden stond een ouderwets tafelvoetbalspel. Er stonden vier reusachtige houten klompen. Een kunstwerk. In de verte lag Manhattan. De koppensneller zat in zijn kooi. Zonder deur.

De eerste avond ging ik naar Manhattan. Ik at ergens een pizza en ik dronk een paar glazen bier. Op weg naar huis probeerde ik me te herinneren wat Ilan me had verteld over de grote stalen lift met hekwerk, de sloten op de deur, en het touw waarmee je alle lampen tegelijk kon aan doen. Ik dacht aan het beest in de kooi en aan de woorden van mijn gastheer: ‘hij doet geen vlieg kwaad’. Dierenvrienden die zeggen dat hun dieren geen vlieg kwaad doen moet je wantrouwen. 

De lift werkte. De sloten gingen open. De lichten deden het. Maar de kooi was leeg. De grote rode vogel zat op het tafelvoetbalspel en was druk bezig om de spelers een kopje kleiner te maken. Hij keek mij aan en krijste: ‘What happened?’. Hij sprak namelijk een paar woorden engels. ‘What happened?’, papegaaide hij nog een keer en ik zei dat ik dat beter aan hem kon vragen, al had het weinig zin om hem in de rede te vallen.

Ik zat opgescheept met een opgefokte papegaai die duidelijk geen zin had om terug te gaan naar zijn kooi. Hij had echter een klein probleem. Hij kon niet vliegen. Dus afdalen van de kooi naar het voetbalspel, dat lukte nog wel, maar op eigen kracht terug in zijn kooi komen, daar was hij niet toe in staat. Ik dronk ondertussen nog een blikje bier en ik verzamelde moed.

Je moet vriendelijk tegen hem doen, dacht ik, een praatje met hem maken, dan komt het wel goed. Na een tijdje stapte hij op mijn arm zodat ik hem naar zijn kooi kon brengen. Ik had er een koppensnellende vriend bij. In New York!