Kinderen over 'foute' ouders

Lettergrootte:    
Zwarte Zaterdag (deel 2)
05-08-1944, Halfweg
Wáár de geallieerde vliegtuigen de passagierstrein – met daarin mijn zusje – beschoten had ik nooit aan mijn moeder gevraagd. Ik herinnerde mij vaag iets van“even buiten het station”.

Toen ik op zoek naar iets heel anders in een oud document las dat dit in Vinkebrug bij Halfweg was gebeurd ben ik op zoek gegaan. Ter plekke lag aan de spoorlijn een boerderij en een boerenhuisje. Er was verder niets bijzonders te zien. Waarschijnlijk omdat ik daar zo dralend rondkeek kwam de bewoner van het huisje naar buiten, een oude boer zo te zien – hij zou het meegemaakt kunnen hebben.

En inderdaad toen ik hem er naar vroeg kreeg ik het verslag van die rampzalige zaterdagmiddag. Op die dag om kwart voor twee kwamen geallieerde bommenwerpers en jagers terug van hun bombardementen op Duitse steden. De trein was gestopt en de mensen vluchtten in grote paniek er uit. Het waren practisch alleen vacantiegangers: geen militair vervoer. De piloten schoten frontaal op de vluchtenden. Ik had de zin die mijn oude directrice aan het graf van mijn zusje uitsprak: “Joke heeft geen doodstrijd gekend, Zij is de hemelpoort binnengesprongen” altijd heel mooi en troostend gevonden tot dat ik dit van deze ooggetuige hoorde. Zij zal een panische angst gevoeld hebben toen ze de mitrailleurs op haar gericht zag.

Toen ik dit wist ben ik verder op zoek gegaan o.a. in het Gemeentearchief in mijn woonplaats. En in het politierapport van die dag staat een uitgebreid verslag. Zijzelf komt hier niet in voor omdat ze in de grote chaos die ontstaan was naar Amsterdam was vervoerd. De oude boer hoorde nog altijd de stemmen van die mensen in opperste verwarring.

In het boek “Razzia aan de Ringvaart” worden drie regels aan Zwarte Zaterdag gewijd. De piloten worden hier “jagers van de bevrijder” genoemd. In de bibliotheek zijn fiches van oude kranten en na enig schuiven valt mijn oog op een vrij lang artikel met als kop “De dood uit de lucht”. Ik zat verstijfd op mijn stoel toen ik besefte dat hier een ooggetuigeverslag gegeven werd en het o.a. mijn moeder en mijn gestorven betrof: “op het voorbalcon knielde een moeder naast haar in een bloedplas badende 19-jarige dochter en die uitriep ‘waarom ben ik toch op reis gegaan?’” Bij het NIOD heb ik navraag over deze beschietingen gedaan, maar daar was geen interesse voor. Wel werd ik op een boek attent gemaakt waarin deze beschietingen nauwkeurig waren bijgehouden. Minimaal 300 reizigers en 200 N.S.’ers lieten het leven bij deze beschietingen. L. de Jong schrijft (nogal laconiek): Door de aanvallen kwamen enkele honderden, misschien wel enkele duizenden Nederlanders om het leven.” Ik was erg teleurgesteld dat bij herdenkingen nooit aandacht aan deze slachtoffers werd geschonken, geen monument werd voor hen opgericht. Ik heb toen de plaatselijke krant benaderd en op 3 mei 2003 verscheen een paginagroot artikel geschreven door een journalist op basis van mijn onderzoek. Volgens de journalist was er geen enkele reactie op binnengekomen en dat was niet gebruikelijk. Mensen uit een jongere generatie wisten ook niet dat dit gebeurd was. Het was mij ondertusen wel duidelijk geworden dat hier van alle kanten liever over gezwegen werd.

In een discussie met de journalist wilde ik niet dat hij voor de piloten de term “trigger happy’ zou gebruiken. Ik ben imers een kind van een “foute” moeder. Echter, in de gepubliceerde versie van het artikel stond een passage die ik nog niet kende. De journalist haalde een artikel aan over luitenant W. Drake van het 361 Fighter Squadron, waarin hij schrijft: “Ik herinner me die trein heel duidelijk. Het was een passagierstrein . We vlogen met z’n drieën achter elkaar er een maal over heen en namen hem toen onder vuur tegengesteld aan de looprichting van de mensen die uit de trein renden.” (in een brief aan de schrijver van “Zonder waarschuwing”). Na lezing van deze pasage ben ik het er volledig mee eens: deze geallieerde piloten waren “trigger happy”. Dat dit gebeurd is moest echter te allen tijde verzwegen worden.

De oude boer overleed onverwacht een paar dagen na het interview. Na zijn dood ging ik nog eens naar die plek. Een familielid dat ik toen sprak zei dat hij zijn levenlang de stemmen van de passagiers uit de trein is blijven horen.

 
Tijdlijn
  • 1942
  • 1943
  • 1944
  • 1945
  • 1946
  • 1920 - 1929
  • 1930 - 1939
  • 1940 - 1949
  • 1950 - 1959
  • 1960 - 1969