Kinderen over 'foute' ouders

Lettergrootte:    
Uit het dossier van mijn ouders
1943 tot 1945
Mijn vader heeft tegenover mij en mijn broer nooit gelogen over zijn doen en laten tijdens de bezetting, in het bijzonder over de periode mei 1943 tot aan zijn arrestatie op 7 mei 1945.

Gedurende deze periode was hij sympathiserend lid van de NSB. Uit het dossier van mijn moeder blijkt, dat zij geheel ten onrechte, van 18 juni 1945 tot 24 december 1945 geïnterneerd is geweest. Als kinderen, werden in elk geval mijn broer en ik in "inrichtingen" geplaatst om heropgevoed te worden.

De straf waartoe mijn vader is veroordeeld, is vergeleken met soortgelijke gevallen( die allen vier jaren kregen) met acht jaren veel te hoog geweest. Waarschijnlijk ligt hieraan een persoonlijke rancune van de Procureur-Fiscaal Mr. Braun ten grondslag. In het dossier konden wij hieromtrent overigens niets vinden. Ook blijkt nergens, in hoeverre mijn moeder schadeloos is gesteld voor het haar aangedane onrecht. Gelet op de grote armoede, waarin ons gezin leefde tot aan de vrijlating van mijn vader begin 1950 heeft zij ook nooit iets ontvangen.

Ik vraag mij af of het nu nog mogelijk is, dat alsnog een schadeloosstelling aan ons kinderen wordt uitgekeerd, als gevolg van ons aangedaan nodeloos leed, welk leed ons is aangedaan door de Nederlandse overheid, en is alsnog een posthume strafvermindering van vader te verkrijgen.

 
Tijdlijn
  • 1941
  • 1942
  • 1943
  • 1944
  • 1945
  • 1920 - 1929
  • 1930 - 1939
  • 1940 - 1949
  • 1950 - 1959
  • 1960 - 1969