Kinderen over 'foute' ouders

Lettergrootte:    
PA
1945, Scheveningen / Delft
Aan het einde van de tweede wereldoorlog in mei 1945 werd m’n vader opgehaald, hij was lid geweest van de NSB. Ik was zeven jaar.

Voordat hij zich aangaf heeft hij zich een paar dagen verstopt in de polder, ik vermoed om nog een paar zaken te regelen. Na die paar dagen is hij naar huis gekomen en moest m’n broer Dik (hij was toen een jaar of elf) naar de politie in Reeuwijk om te vertellen dat m’n vader thuis was.

Later kwamen er drie jonge mannen bij ons thuis om hem op te halen. Zij woonden niet ver bij ons vandaan. Ik kende ze dus. Ik denk dat er geen geweld gebruikt is, dat herinner ik me tenminste niet. De mannen gingen nog even de voorraadkelder in en namen het een en ander mee o.a. kaas.

In het dossier van m’n vader staat dat er ook geld is meegenomen. M’n moeder schreeuwde steeds: die zien we nooit meer terug. Dat zal ik m’n leven niet vergeten. Het maakte erg veel indruk op me.

Van m’n broer heb ik gehoord dat hij eerst in een huis op de Graaf Florisweg heeft gezeten en later in de kaarsenfabriek (later Unilever). Van 1954 tot 1957 heb ik daar op het kantoor gewerkt. Bizar eigenlijk.

M’n broer moest elke dag een pakje eten bij m’n vader brengen. Dat was een behoorlijk eind lopen, een fiets had hij natuurlijk niet. Daarna heeft hij in Scheveningen gezeten en in 1948 was hij in Delft. Toen is hij in de kolenmijnen in Limburg gaan werken. Daar verdiende hij wat geld en m’n zusje en ik kregen toen allebei een pop. Daar waren we heel blij mee.

Toen m’n vader weg was moest de koe gemolken worden, twee keer per dag, dat deed buurman Verwaal. M’n broer Dik zorgde voor de kippen en de konijnen.

In 1951 kwam m’n vader weer thuis! De Kerst ervoor kwam hij met proefverlof. Ik zat toen op de huishoudschool (ik was twaalf of dertien jaar) en een van de leraressen zei tegen me, de andere leerlingen hoorden het niet denk ik, “wat fijn dat je vader met Kerst thuis is”.

Het feit dat iemand mij aansprak over de situatie thuis daar schrok van. Ik weet niet hoe ik gereageerd heb. Helemaal niet denk ik. Het was natuurlijk erg aardig van haar, maar dat begreep ik pas veel later.

M’n vader was intussen een vreemde man voor mij geworden. Ik zag hem als een indringer, was helemaal niet gewend aan ’n man in huis. Hij zat ’s avond aan tafel de krant te lezen want daarboven hing de lamp. Verder was er in de kamer geen verlichting. Dat was toen gebruikelijk.  In het begin waren er veel ruzies tussen vader en moeder. Later ging het wel beter. Als m’n moeder sprak over mijn vader noemde ze hem altijd “je vader”. Ik heb geprobeerd dat niet tegen m’n kinderen te doen. Ik vond het namelijk heel naar klinken.

Op een gegeven moment kreeg ik plotseling een nieuwe fiets van mijn vader. Ik was er wel aan toe want de fiets die ik gebruikte was te klein voor mijn lengte en daar werd ik thuis mee geplaagd. Ik was er blij mee en ook was ik verbaasd, had het niet verwacht.
Ik had het gevoel dat ik m’n vader niet aardig mocht vinden en dat heeft heel lang geduurd. Wist ook niet goed hoe ik met hem moest omgaan.

Toen ik de eerste keer van iemand hoorde (nog niet zo heel lang geleden) dat m’n vader een aardige en leuke man was, ben ik met andere ogen naar hem gaan kijken. Jammer dat het zo lang heeft moeten duren. Ik heb hem gemist!

 
Tijdlijn
  • 1943
  • 1944
  • 1945
  • 1946
  • 1947
  • 1920 - 1929
  • 1930 - 1939
  • 1940 - 1949
  • 1950 - 1959
  • 1960 - 1969