Cor zal het wel weten van Bep. Ze is vermoedelijk ook NSB want ze heeft in de vacantie bij Bep gelogeerd en ze woont in Zandvoort en daar zijn bendes NSB’ers.” En op 2 December 1941 vervolgt ze: “Van Bep weet ik dat ze NSB’er is, maar ik weet niet wat ze van ons weet. Als ze nu denkt dat wij van de NSB zijn en er wordt gewoon gepraat over politiek, denkt ze natuurlijk dat ik zit te huichelen..”
Mijn zusje hield tot 4 Augustus 1944 – een dag voor haar dood – van tijd tot tijd een dagboek bij. Deze twee fragmenten zijn de enige die ik gevonden heb waarin zij schrijft over het feit dat mijn moeder gedurende de oorlog “NSB-gezind” was. Ik noem het in mijn dagboeken zelfs helemaal niet, hoewel ditzelfde probleem gedurende de hele oorlog – dag in dag uit- als een zwaard van Damocles boven mijn hoofd heeft gehangen: weten ze het, zal iemand het hun vertellen en als het gerucht eenmaal gaat – men noemt geen koe bont of er is wel een vlekje aan hetgeen mij helemaal in paniek kon brengen. Evenals het feit dat een meisje bij ons in de straat na de zomervacantie bij ons op school zou komen en zeker zou vertellen dat de colporteur van “Volk en Vaderland” iedere Vrijdag ons huis oversloeg, hetgeen door de bewoners van de straat natuurlijk was opgemerkt. Er werd nauwlettend in de gaten gehouden wie hem kocht, maar een huis dat overgeslagen werd was minstens zo verdacht.
Een voorval op school is mij altijd bijgebleven. Ik was ziek geweest en tijdens mijn afwezigheid waren de plaatjes van monumenten voor de kunstgeschiedenisles verdeeld. Mij was de afbeelding van het “Kringhuis van de NSB” toebedeeld en voor mijn gevoel werd dat met een veelbetekenende blik overhandigd. Ik was wantrouwig dat ze dat speciaal voor mij hadden uitgezocht en heb het zonder iets te zeggen in mijn tas gestopt. Wat kon ik anders doen? Commentaar leveren. Verscheuren?
Of ze het nu wisten of niet – het feit dat ik ieder jaar opnieuw als klassevertegenwoordigster gekozen werd gaf moed en ook dat mijn zusje in 1943 als penningmeester gekozen werd in het bestuur van de schoolvereniging en ik haar in 1944 opvolgde, was toch wel een teken dat ze ons vertrouwden
Hoewel ik precies hetzelfde dacht als mijn zusje in 1941 spraken we er samen nooit over. Of ik het tegen haar gezegd heb of alleen maar gedacht heb weet ik niet meer, maar in ieder geval leek het me niet erg verstandig van haar om nu uitgerekend met die Bep en Cor om te gaan. Dat moet je nou nodig doen! De NSB-kinderen zochten elkaar op tijdens de pauze en werden gemeden als de pest. Dat was mijn schrikbeeld dat iedere dag door mijn hoofd spookte, maar wat ik met geen woord in mijn dagboek noem. Was het verdringing of te erg om op te schrijven? Zo lang het niet onder woorden gebracht was hoefde het niet waar te zijn.
Naast de angst voor het ontdekken op school en in de zwemclub, kwam de nog grotere angst wat er met haar zou gebeuren als de Duisters verslagen zouden zijn. De Koningin had in haar radiotoespraken vanuit Londen gezegd dat er voor deze landverraders in bevrijd Nederland geen plaats meer zou zijn








































.jpg)



.jpg)



.jpg)
.jpg)