Therese is de naam waarmee ik vernoemd ben naar mijn oma van vader's kant; zij heette Ida Theresia. Rita is de naam waarmee ik vernoemd ben naar mijn oma van moeder's kant; zij heette Grietje. Mijn roepnaam werd Liesbeth.
Zo heeft mijn moeder mij verbonden met de Goddelijke wereld, de familielijn van mijn vader'skant en de familielijn van mijn moeder's kant.
Zo heeft mijn moeder mij gedoopt en mij mijn opdracht gegeven in de wereld.
Ik ben geboren in het jaar 1955, 10 jaar na de afloop van de Tweede Wereldoorlog.
Nederland is in opbouw en de oorlog is afgelopen. Is de oorlog afgelopen?
November 2008
Ik zit in de wachtkamer van de huisarts op een groene stoel met stalen poten.
De 7 minuten lopen van mijn huis naar de huisartsenpraktijk leken wel een wereldreis. Mijn lichaam fuctioneert niet zoals ik het gewend ben. Er komt nog een mevrouw binnen met haar dochtertje. Ze gaan zitten." Het duurt lang" zegt het dochtertje, lees je wat voor mam? en ze pakt een boekje van Max Veldhuis over kikker uit de boekenmand die op de grond naast mij staat.
"U bent zeker voor ons" zegt moeder tegen mij, onze afspraak is om 13.30. "Dan bent U eerst" antwoord ik. "Ik was vroeg gekomen, dan zit ik hier maar vast" Ze kijkt me begrijpend aan. Ik houd me goed , zoals altijd.
De deur gaat open en de huisarts zegt: "Kom maar" Ik kijk haar aan en sta voorzichtig op. Ik sta wankel op mijn benen. "Het gaat niet goed" zeg ik en reik een hand naar haar uit voor steun. "Ik zag het al" zegt ze. Ze neemt mijn hand en helpt me langzaam lopend naar de wachtkamer. Dat gebaar, die hand die me vasthoud en verwelkomt, dat had ik nodig. Niet meer afgewezen worden.
De klachten heb ik opgeschreven op een vel papier; bang dat ik er anders weer omheendraai, of het bagatelliseer. Veel spanningen en angst- en paniekaanvallen; pijn in mijn hele lichaam en tintelingen; huilbuien; woedeaanvallen; concentratieproblemen en vergeetachtigheid; hartkloppingen; nerveus; slecht of niet slapen; slecht of niet eten; opgejaagd en onrustig; stemmingswisselingen; hoofdpijn; duizeligheid bijv. als ik opsta; misselijk en diarree; het afgelopen jaar loop ik veel te piekeren en te mopperen; ik heb geen vertrouwen meer in het management van mijn werk; ik voel me uitgebuit door het werk; een gekneusde knie waardoor ik deze zomer niet op wandelvakantie kon gaan speelt weer op; ik durf het gebouw van mijn werkgever niet meer te betreden uit angst voor nieuwe paniekaanvallen.
Wat is er gebeurd? De werkdruk in mijn baan als Thuisbegeleidster is veels te hoog; als ik het aankaart krijg ik als advies vaker een vrije dag te nemen of op vakantie te gaan, ga maar op het minimum van je kontrakt zitten. De ene manager komt en de ander gaat en het werkt allemaal langs elkaar heen. Het is het systeem, niet degenen die het uitvoeren. Dit besprak ik met de vertrekkende manager.
Nu is er weer een nieuwe die van ons vraagt om het werk thuis op de computer uit te voeren; er is geen hulp geboden in de vorm van een cursus of geschikte software op de thuiscomputer installeren. Steeds heb ik gemeld dat het mij niet lukt en ik ben niet meer op de hoogte van op hande zijnde cursussen en andere zaken die allemaal via de computer worden geregeld.
De herfstvakantie was ik dus een hele week vrij en was gezellig wezen wandelen met vriendinnen en op museumbezoek, niets aan de hand. Maandag weer werken en 's middags zat ik alweer te huilen vanwege alles wat in het werk op mij afkwam.
Dinsdag stap ik over een deurdrempel en wrik de gekneusde knie. Scheuten van pijn. De vriendin van een cliënt is verpleegkundige en adviseert me: "Doe er maar een steunverband omheen". Die heb ik thuis liggen en ik werk die dag nog bij 2 cliënten. Ook woensdag probeer ik het ondanks de pijn. Ik ging bij de cliënten op de bank zitten en zei:" vandaag coach ik jullie vanaf de bank".'
Donderdag alleen nog het overleg met de collegaas op kantoor en dan heb ik toch het weekend gehaald en kan ik instorten en kijken hoe verder. Het zijn mijn laatste loodjes.
We zitten in het overleg en ik heb bij de administratie gemeld van de knie.
Daar steekt de nieuwe manager haar hoofd door de deur: "wat heb je nu weer gedaan, dat je weer last hebt van die knie?" nu, jij gaat zometeen met mij mee in de auto naar de ?cursus op ?die locatie.
Er valt een stilte. Alle ogen zijn gericht op mij. "Nee," zeg ik, "dat doe ik niet, ik ga niet in het gezicht van al mijn collega's zitten huilen".
We proberen het overleg nog af te ronden.De goede sfeer is wel weg.
Die nacht slaap ik niet. De angst en paniek slaan weer toe. Deze keer zal het 3 weken duren voordat de adrenaline een beetje gaat zakken en leef ik in voortdurende stress en angst. Leidinggevenden; ik worstel er mijn hele leven al mee; ik kijk tegen ze op; ik ben te gehoorzaam; ik vermijd ze; ik bots met ze.
Ik heb geen basisveiligheid. Die veiligheid zoek ik door vaste patronen in mijn leven aanbrengen. Als je aan de vaste patronen van mij komt dan val ik om en ben ik weg.
Dat maakt me heel kwetsbaar. "Je bent zo autoriteitsgevoelig", zeggen mijn collegaas.
"Deze klachten vind ik ernstig" zegt de huisarts. Ze weet nu van het feit dat mijn grootouders hun NSB-lidmaatschap bij het begin van de Tweede Wereldoorlog niet hebben opgezegd. Bij het vorige consult had ik het aan haar verteld. Ik zei tegen haar: "Ik had toch steeds van die psychische klachten", "Ik weet nu waar de oorzaak ligt: mijn grootouders waren lid van de NSB en daar is mijn moeder pas over gaan praten na het overlijden van mijn vader".
"Die patronen zitten heel diep". "Je zult er je hele leven last van blijven houden".
Ze schrijft Cognitieve Therapie bij een psychotherapeut voor.
Mijn huisarts: als ik op een doodlopend pad terecht kom in het doolhof wat mijn leven soms kan zijn, geeft ze mij altijd even een duwtje in de goede richting. Ze stimuleert me om zelf de regie in handen te houden. Gezonde communicatie. Mijn huisarts is een zegen.
Kindertijd
Mijn oudste zus en ik spelen bij Opa en Oma van mijn vader's kant. Opa en Oma wonen vóór in de grote boerderij en wij achter en boven.
Mijn moeder neemt geen tijd om met ons te spelen. Mijn moeder is druk met het huishouden: wassen, bedden opmaken, afstoffen, vegen en dweilen, de tuin doen, eten koken, en weer vegen. Dat doet ze graag. Ze vindt het belangrijk. Mijn moeder haalt ons uit bed en helpt ons met aankleden en eten. Ze helpt ons met wassen en stopt ons 's avonds weer onder dekens
Mijn moeder is heel precies. Wij gaan niet naar een kleuterschool. Dat is te ver weg. Wij zijn thuis totdat we zes worden en naar de lagere school gaan.
Opa staat vóór me en houdt me het groene ronde snoeptrommeltje voor: "Een snoepje"?
Opa is groot.
Opa is dwingend.
Ik wil geen snoepje: "Nee", zeg ik.
Opa wordt heel boos en driftig.
Ik mag geen "nee"zeggen van hem.
Ik moet gehoorzaam zijn en lief.
Een lief meisje dat zich netjes gedraagt.
Oma sust het. Oma helpt me altijd. Daarom ben ik liever bij Oma.
Later ben ik nog eens bijna gestikt in een zuurbal van Opa.
Wat heb ik het toen benauwd gehad.
Oma leert ons handwerken. Ze leest ons de boekjes voor uit haar eigen jeugd van Mw. van Osselen van Delden. Ze groeide op in een grachtenpand in Amsterdam. Daar hadden ze ook "bediendes"die de was deden enzo. Voor Oma was dat heel gewoon. Vroeger bezat haar familie een grote buitenplaats bij Oosterbeek. Die boekjes gaan ook over hoe het leven op die buitenplaatsen was.
In de woonkamer van Opa en Oma hangen veel foto's van Sumatra. Opa was er planter in tabak voor de Delimaatschappij.
Oma trouwde "met de handschoen" en reisde hem na met de boot. Mijn vader werd geboren in Medan.
Er staat ook indisch koper: het sirihstel, en mooie vazen. op de kast staan olifanten en een grote tijger.
Opa en Oma vertellen over het leven op de plantage, de aapjes en het ponykarretje, de indische mensen, de baboe en andere bediendes die rijst eten van een bananenblad met hun handen.
Dat wil ik ook, rijst eten van een bananenblad.
Zo verbind ik mij met de familielijn van mijn vader's kant, het tropenleven, de indische mensen met hun mooie klederdrachten en rijke natuur en cultuur.
Het is zaterdagmiddag en mijn moeder zit klaar in een mooie jurk. Ze heeft lekkere dingetjes gekocht en de tafel mooi gemaakt met kleedjes en een vaas bloemen uit onze eigen tuin. Een schaaltje bonbons, koekjes en een fles sisi.
Haar ouders komen op bezoek. Die Opa en Oma zie ik niet zo vaak.
We wachten.
Ze komen op de fiets, misschien waren ze opgehouden?
Daar zitten we dan...
"Ik ga maar even iets doen" zegt mijn moeder. Mijn vader is al lang weer bezig in de tuin: "ik hoor het wel als ze er zijn"
We gaan thee drinken.
Dan wordt er gebeld: "met Oma, we zijn opgehouden en kregen aanloop, zullen we maar een andere keer komen?
Uiteindelijk komen ze toch nog.
Mijn vader is boos. "die familie van jou ook".
"nou, dán die familie van jou"zegt mijn moeder.
Mijn vader vindt het onaardig voor mijn moeder, ze heeft zich uitgesloofd en haar ouders komen toch al niet vaak.
Hij neemt het voor mijn moeder op.
Mijn zus en ik zitten boven aan de trap.
Ze heeft haar arm om mij heen geslagen.
Mijn zus beschermd mij.
Onderaan de trap wordt geschreeuwd en gebonsd op de keukendeur.
Mijn ouders staan aan deze kant en de Opa en Oma waar we bij in wonen aan de andere kant van de deur.
Ruzie.
Waar gaat het over?
Later begrijp ik het: mijn ouders nemen het bedrijf over en willen in de vakantiehuisjes leidingwater laten aanleggen. Opa wil dat niet hebben, veels te duur en een overbodige luxe. De mensen kunnen toch water halen bij de pomp.
Nicaragua 1988
Het is 7.15 in de ochtend.
Het is het einde van de droge tijd en nog niet zo heet als midden op de dag.
Daarom geef ik de theorieles aan mijn leerlingen van de laborantenopleiding graag op dit uur van de dag. Dan kan ik daarna het routinewerk in het ziekenhuis gaan doen. Het leslokaal is leeg. De opkomst van de leerlingen loopt snel terug. In januari toen ik begon was het nog allemaal nieuw en spannend, zo'n professora uit Europa en die lessen over biologie en scheikunde leek ze ook wel interessant. Over de reden van de lage opkomst tast ik in het duister. Deze leerlingen zijn niet de enthoesiaste en gemotiveerde revolutionaire jongeren waarover ik had horen vertellen.
Deze leerlingen zijn passief en chronisch moe van de strijd om de eerste levensbehoeftes, van de allesverzengende hitte, van :no hay.
No hay.
Dat hoor ik hier veel sinds mijn komst eind vorig jaar.
Het betekent: het is er niet, we hebben het niet.
In de droge tijd is dat vooral het water: el Aqua, een kostbare vloeistof die in Europa gewoon uit de kraan komt als je die opendraait.
In mijn standplaats is een deel van de woningen aangesloten op het plaatselijke waterleidingennet, maar doordat de plaats hooggelegen is
en het water schaars komt de druk er niet goed op. In de natte tijd wordt de toevoer van het water 1x per 3 dagen opengezet. Lager gelegen woningen krijgen dan het eerst water, in de ochtend, en de mensen vullen hun watertanken. In de middag en avond bereikt het water ook de woningen die hoger gelegen zijn. Veel woningen hebben geen waterleiding. Deze mensen krijgen of kopen dan water bij de buren , of halen het in kruiken bij een publieke kraan.
Er druppelen een paar meisjes loom naar binnen.
In ben wel boos. Ik zat tot laat gisteravond met alle boeken om mij heen een dictaat voor ze te schrijven. Ze laten het gelaten over zich heen gaan. Ik snap ook wel dat dit geen zin heeft. Waar waren jullie dan?
Een klein dik meisje stapt dapper naar voren: "professora, we waren naar de rivier gegaan vanochtend vroeg om 5.00, want in het internaat is geen water meer". "We gingen onszelf wassen en onze kleren en onze haren"
"we voelen ons niet goed, want er is niet meer genoeg geld voor ons eten en vanochtend hebben we geen koffie gehad" Ik denk dat ik weer een parasieteninfektie heb in mijn darmen, want ik heb steeds diarree en ik ga mijn ontlasting laten onderzoeken bij het laboratorium".
Het is droge tijd en de watertoevoer ligt al bijna 14 dagen stil.
Geen wonder.
Ik begrijp het.
Alles draait in de eerste plaats om die eerste levensbehoeften en dan pas de lessen.
In mijn standplaats woont ook een nederlands echtpaar, net als ik uitgezonden door de Stichting Nederlandse Vrijwilligers.
Marjan is arts. Zij waren al eerder in Nicaragua, kort na de revolutie. Ze waren toen uitgezonden door Memisa en woonden in een klein cowboydorp.
Marjan vertelt mij wel eens over die tijd. Dan komt er een glans in haar ogen en wordt ze weer entoesiast:
"Het was een sfeer van "De Nieuwe Mens" zegt ze.
"De dictator was verdreven, en de mensen hadden hoop op een beter leven"."Een verbroedering tussen arm en rijk.
Standsverschillen vielen weg. De studenten trokken in de grote vakantie het platteland op met koelboxen om de kinderen te vaccineren tegen besmettelijke en dodelijke ziektes. De ziekte Polio is toen heel effektief bestreden. De arme plattelandsbevolking hoopte op nieuwe kansen zoals betere wegen en scholen voor hun kinderen en betere gezondheidszorg voor iedereen. De armen hoopten dat ze hun kinderen nu ook een betere toekomst zouden kunnen geven".
Toen kwam de handelsboycot van de Verenigde Staten en de "contra's" , de burgeroorlog woedde voort.
De mensen hier moeten een hoge prijs betalen voor betere levensomstandigheden en hun vrijheid.
Ja, dat vind ik ook.
De Nieuwe Mens.
De grote droom van veel mensen in arme landen op een beter bestaan, kansen voor hun kinderen om zich te ontwikkelen en een beter leven te kunnen leiden dan zijzelf hadden, met al hun gezwoeg om de eerste levensbehoeftes.
Schooltijd
Ik ren over het schoolplein met een sliertje kinderen uit mijn klas achter me aan.
Mijn hart bonst van angst.
Elisabeth Bas, elisabeth Bas, haha.......elisabeth bas..
Ik vlieg de hoek om in het overdekte hokje en verstop me achter een paar kinderen uit de hogere klassen.
Ik wordt gepest.
Mijn ouders hebben moderne ideëen.
Mijn ouders zijn vooruitstrevend.
Dan val je op in de klas, of uit de toon.
Het is een hervormde school op het streng christelijke platteland.
Veel kinderen op de school komen van de boerderijen uit de omgeving of uit het dorp.
Mijn moeder zet 2 leren kniestukken op mijn broek als er een gat in zit nadat ik was gevallen.
"Dat staat toch leuk" zegt ze, "die broek kun je zo nog best een jaartje dragen".
Ik vindt het ook leuk staan, maar op school vinden ze het gek.
Die kinderen vinden alles gek wat ze niet kennen, en dan gaan ze pesten.
"Daar moet je boven staan," zeggen mijn ouders, "een beetje flink zijn"
In de tweede klas zit ik bij juffrouw Jonker.
Het is een heel andere juffrouw dan de vorige in de eerste klas.
Dat was juffrouw Pothoven.
Ze was al wat ouder. Als ik buikpijn had of oorpijn, dan mocht ik wel eens bij haar op schoot zitten. dan voelde ik me veilig bij haar.
Deze juffrouw is anders, ik heb de indruk dat ze mij niet zo mag.
Het is de dag na Sinterklaas en de juffrouw vraagt wat we hebben gekregen op pakjesavond.
Ze gaat het rijtje af.
Ze komt bij mij: "een pop, een bromtol, een kleurdoos, kleurpotloden, 7 chocoladeletters van mijn voornaam, een spe..." begin ik heel trots en blij."stop maar"zegt ze, "Gert, wat heb jij gehad?"
"een auto en een taai taai pop " juffrouw.
Ik luister. De meeste kinderen hebben 1 of 2 kadootjes gekregen.
Ik ben de enige die zoveel krijgt.
Mijn zus en ik worden verwend door Opa en Oma.
Dat zeggen mijn ouders altijd.
Ik kan beter mijn mond houden.
Ik kan me maar beter aanpassen en zorgen dat ik niet teveel opval.
Ik zet mijn voelsprieten uit en kijk goed hoe de andere kinderen zich gedragen.
Bevrijdingsdag
De seizoenen en de jaarfeesten, daar besteden mijn ouders veel aandacht aan.
In de winter als er ijs ligt gaan ze met ons schaatsen en in de zomer krijgen we van Oma een abonnement op het het zwembad en gaat ze mee naar de zwemles. Mijn moeder kan niet niet zwemmen, dat komt omdat ze uit een arm boerengezin komt. Daarom gaat ze niet mee naar het zwembad en blijft ze thuis werken, dat vind ik jammer. "Gaan jullie maar lekker zwemmen", zegt ze, "ik vind het te druk".
Met de Kerstdagen wordt het hele huis versiert met dennegroen, een grote kerstboom die mijn vader stiekem uit het staatsbos haalt met ons in het donker, heel spannend was dat, stel dat we gesnapt worden. We gaan met z'n allen het hele huis versieren en de boom en de kerst-tafel wordt mooi gedekt met het familiezilver en het kristal.
Met Oud en Nieuw mogen we lang opblijven, dan worden er salades gemaakt, we krijgen sterretjes vuurwerk en kijken tv bij Oma: De oudejaarsconferentie van Wim Kan .
Met Pasen worden er eieren verstopt bij Opa en Oma, een paasontbijd en visite.
Sinterklaas bonst iedere jaar op de deur en dan staat er een zinken wasteil met kadootjes.
Op koninginnedag gaan we de optocht in het dorp bekijken en op bezoek bij een tante van mijn moeder die nog op het jachthuis van de jonker woont in de streek waar mijn moeder is opgegroeid. De natuur is daar nog ongerept en rijk, we zoeken naar de gele dotterbloemen in de sloot en de konijntjes huppelen over het grasveld. De laatste resten van de feodale tijd waarmee mijn moeder is opgegroeid.
Maar met bevrijdingsdag..........dan is er niets.
Er wordt gewoon gewerkt, zoals altijd. En als ik mijn moeder vraag waarom we met bevrijdingsdag niets doen is ze kortaf tegen me en ze gaat heel hard doorwerken.
Op bevrijdingsdag kun je maar beter bij mijn moeder uit de buurt blijven.
Ze heeft het ook moeilijk, dat weet ik wel. Haar oudste broer waar ze dol op was is omgekomen bij een brommerongeluk, en kort daarna overleed haar vader. Mijn moeder heeft het niet makkelijk.
Hoe bouwde ik een beeld op van de tweede wereldoorlog?
Door de verhalen van de grootouders waar we bij inwoonden: ze kochten het boerderijtje in 1942 in de verwachting op het platteland de oorlog beter te kunnen doorkomen dan in de grote stad. Ze hadden niets "engs" meegemaakt, ze waren aan het overleven door zelf te gaan "boeren". Wel zaten er kogelgaten in het kastje van Oma in de slaapkamer; het kastje met de lades waar ze haar breinaalden en andere handwerkmaterialen in had. Mijn vader werd te werk gesteld in Duitsland; hij was echter in Bremen uit de trein gestapt en daar ondergedoken bij familie. Daar werkte hij op hun grote boerderij. Had hij dan geen honger gehad? "nee", zei hij, alleen was het eten niet zo lekker, maar er was wel eten. Had hij dan geen bombardementen meegemaakt? "nee" zei hij, "dat viel wel mee".
Door de boeken die ik las uit de Christelijke Bibliotheek in het dorp, waar we lid van waren.
Door de nog christelijkere boeken die we leenden op onze Hervormde lagere school.
Boeken van Anne de Vries.
Wel moraliserende boeken, denk ik.
Daar is het beeld van "de slechte NSB-ers" door ontstaan, dat kan niet anders.
De NSB-ers waren mensen die slechte dingen deden.
Het waren landverraders.
Het waren mensen met gemene gezichten.
Het waren mensen die gingen verklikken waar de onschuldige joodse mensen, of mensen uit het verzet ondergedoken zaten.
Ze heulden samen met de vijand: de Duitsers.
NSB-ers waren slecht en daar wilde ik niet bij horen.
Toen mijn vader ons vertelde dat mama's ouders ook lid waren geweest van die partij was "het kwaad" al geschied:
ik had me al een beeld gevormd en daar kon hij me niet vanaf brengen.
En die rijke directeur van de fabriek waar hij werkte was ook al lid geweest.
Ik vond het allemaal heel verdacht.
Als die directeur met zijn vrouw bij ons op bezoek kwam keek ik er argwanend naar.
Ik ga gauw buiten spelen.
Mijn vader probeert mij uit te leggen dat de NSB partij in de begintijd ook goeie dingen had, idealen en het was een goede partij voor kleine ondernemers en boeren. Toen we hier kwamen wonen waren hier in de omgeving allemaal NSBers. Hij probeert me de nuances te laten zien.
Ik wil er niets van weten.
Ik ben nog maar een kind, hoe oud was ik toen? misschien 9 jaar.
En ik ben een heel gewetensvol kind.
"Ja, ja, het zal wel", denk ik.
Mijn vader had wel meer van die dingen.
Mijn vader zucht.
Ik heb een ei gelegd
De vrije vogels vliegen en fladderen door de blauwe lucht.
Het zonlicht doet de prachtige kleuren in hun vleugels oplichten.
De vrije vogels worden gedragen door het licht.
Er zijn er veel.
En ze komen samen.
Door samen te werken en ijverig te zijn bouwen ze een nest,
en leggen elk hun eigen ei erin.








































.jpg)



.jpg)



.jpg)
.jpg)