In Weert op vaderlandse bodem gearriveerd stappen Jaap en zijn reisgenoten uit de trein en lopen naar een klooster. Daar kan overnacht worden en de volgende ochtend vindt er controle plaats: door mensen van de Binnenlandse Strijdkrachten. Jaap wordt op het politiebureau daar enkele dagen en nachten verhoord en vervolgens vrijgelaten. Terug naar klooster, melden. Jaap wil naar de stad Groningen waar zijn oudste zuster woont, want in Deventer, zo weet hij, verblijven zijn vader, moeder en zuster niet. Hij vindt vervoer, een vrachtauto naar Raalte. Daar kan hij een bus naar Groningen nemen.
’s Avonds laat belt hij aan bij zijn oudste zuster. Roerend weerzien, zus en zwager zijn blij hem gezond terug te zien. Want wat er niet allemaal kunnen gebeuren: hij had ook dood kunnen zijn … Jaap kan daar een paar weken logeren maar zijn zwager vindt dat hij daar niet kan blijven. Hij weet wel wat: een tehuis voor kinderen van NSB’ers , in de Folkingestraat in het oude centrum van de stad. Ook daar is hij een aantal weken maar de directeur is van mening dat het huis te vol wordt en Jaap moet met andere jongens en meisjes naar Opende, het westelijkste dorp van de provincie Groningen. Het is eigenlijk geen kindertehuis, maar een grote boerderij waar een ouder echtpaar kinderen van NSB-leden opvangt. Jaap voelt zich ongemakkelijk: waar zijn z’n ouders en zus, hoe moet het in hemelsnaam verder? Hij vertrouwt erop dat het allemaal wel goed komt. Op de grote boerderij in Opende komt de leider op een morgen naar hem toe: “Je hebt bezoek. Er zijn twee rechercheurs van de Politieke Opsporingsdienst (POD) voor je, ze komen je ophalen.” Wat nu? De 15-jarige Jaap wordt naar zijn thuisstad Deventer teruggebracht.
Daar wordt hij politiek “delinquent” en in een cel gezet van de POD-kazerne1 in de Assenstraat, vroeger Meisjes HBS en in de latere oorlogsjaren een kazerne van de Landwacht Nederland. Hij deelt zijn cel met een “beruchte” man van de Sicherheitsdienst, in voor hem betere tijden opperluitenant van het Politie-Opleidings-Bataljon Schalkhaar). In de cel huist verder een bekende, stevige Deventerse WA-man die zijn toekomst als volgt inschat: As ik geen levenslang kriege, dan veul ik mien beledigd.
Het luchten gebeurt op de binnenplaats van het gebouw. In ganzenpas kringetjes lopen. Werkzaamheden o.a.: met de NSB- burgemeester van Olst kachels sjouwen in de oude vrouwengevangenis, Walstraat 20 want daar is het meubilair opgeslagen uit geplunderde NSB-woningen. Jaap herkent er meubels van zijn ouders … Beweert wordt dat dit gebouw zijn naam kreeg omdat daar in 1945 vrouwelijke leden van de NSB gevangen zouden zijn gezet. Als dat al waar is, dan kan het maar heel kort geweest zijn. Ook in een grote villa aan de Singel liggen spullen van politieke gevangenen. Jaap en de interviewer zien er boeken en ander klein spul, uitgestort op de vloer van een grote kamer. Het is mogelijk dat in die villa dan het Nederlandsch Beheersinstituut zetelt en de vermogens van geïnterneerden beheert.
Jaaps verblijf daar eindigt na ongeveer een week als hij op 10-9-1945 opgehaald wordt door de heer Dirk L. Broeder, dan sinds kort directeur is van het kindertehuis voor kinderen van NSB-leden en dergelijke. Het valt onder de instantie Bijzondere Jeugdzorg Salland. Het tehuis is dan nog gevestigd in school en internaat van de Rijkslandbouwhuishoudschool (RLHS), Nieuw Rollecate, een opleidingsinstituut voor huishoudleraressen. Het complex ligt aan de Tesschenmacherstraat 9, parallel lopend aan de Ceintuurbaan. Onderweg ziet hij het prikkeldraad rond een interneringskamp voor naoorlogse politieke gevangenen. Het gaat dan om het (tijdelijke) Kamp Parkschool. Dat ligt in de buurt van de RHBS aan de Bilderdijkstraat, in het bos van het Nieuwe Plantsoen tussen het Rode Dorp en de Ceintuurbaan. Later verhuist Bijzondere Jeugdzorg Salland naar het Burgerweeshuis aan de Bagijnenstraat 9 dat dan de naam Huize Salland krijgt.
Jaap wordt op 10-9-1945 onder nummer 111 ingeschreven als pupil en uitgeschreven op 31-10-1946 2. Hij gaat dan voor een paar maanden wonen bij een pleeggezin, onder toezicht gesteld van de kinderpolitie. Vervolgens gaat hij weer naar zijn oudste zuster in Groningen waar ook zijn moeder dan inmiddels is. Zijn moeder heeft dan ongeveer een jaar op staatskosten “gelogeerd”. Zijn vader voegt zich na circa twee jaar internering bij hen. In hun CABR-dossiers bij het Nationaal Archief in Den Haag zijn hun activiteiten in de Tweede Wereldoorlog vastgelegd. Ongewenst bevonden door de Nederlandse regering in Londen die daar wetsbesluiten maakt die gedurende de oorlog nooit ter kennis komen van de politieke gevangenen.
De ouders besluiten terug te gaan naar de omgeving van Deventer. Het gezin woont later in bij een vrijgezelle oude heer in Gorssel. Vader verdient als ambachtsman weer de kost en zorgt dat er voldoende eten, kleding en huisraad komt. Het is het proces dat heel veel NSB-families hebben moeten doormaken. Jaap maakt zijn MULO af en gaat in de verpleging waar hij een mooie carrière maakt, richting psychiatrie.
Na de oorlog kuieren Jaap en zijn vader eens gezellig over straat als een heer om een vuurtje vraagt dat Pa hem geeft. Als zij hun weg vervolgen zegt Pa: Jaap, weet je wie dat was? Nee, geen idee. Wel, dat is de voorzitter van het Tribunaal die mij als politiek gevangene veroordeelde tot twee jaar detentie wegens onvaderlandslievend gedrag.
Na de oorlog stelt onze Jaap zijn vader een vraag. Waarom koos jij als rechtgeaarde Fries voor de NSNAP, de annexatiepartij? Het antwoord komt: ik ben Germaan, Nederland is een Germaans land. Ik was gefrustreerd door het politieke beleid van de Nederlandse overheid. Ik zag wat in een Germaanse statenbond, als buffer tussen kapitalisme en communisme. Vader koos dus doordacht maar Jaap zag in de oorlog al weinig in die gedachtegang. Hij is en voelt zich nog steeds Nederlander. Hij komt nog altijd graag in Duitsland, waar de oorlogsgebeurtenissen zo’n grote indruk op hem hebben gemaakt. Waar hij grote angst heeft gehad tijdens zijn verblijf vlak achter het front, in de aangevallen onderzeeboot en tijdens een zware bombardement.
Jaap heeft na deze memorabele periode in zijn jonge leven een prachtige loopbaan kunnen maken in een mooi vak.
//Noten://
1 POD = Politieke Opsporingsdienst, de instantie die officieel mensen van de “verkeerde kant” moest opsporen, verhoren en eventueel vastzetten.
2 Bron van deze gegevens: Rijksarchief Overijssel, Archief Bijzondere Jeugdzorg, archiefblok 15, inv. nr. 50 “Verpleegregister”
Nawoord van de interviewer
In deze artikelenreeks is gebruik gemaakt van aanvullende en verduidelijkende gegevens, gevonden met een internet-zoekmachine.








































.jpg)



.jpg)



.jpg)
.jpg)