Kinderen over 'foute' ouders

Lettergrootte:    
Deel 3. De Russen komen
1945
In het vorige deel lazen we hoe Jaap ingeschakeld werd bij de ongewapende oorlogsvoering en tenslotte nog licht bewapend werd in het kader van de totale verdediging.

‘s Avonds een appel. Aantreden, buitenlanders en Duitsers. Afscheid nemen: de Duitse jongens van hun moeders. Hartstochtelijke taferelen. Zullen ze elkaar ooit terug zien? Schril contrast met de buitenlandse jongens die al veel eerder hun moeders hebben moeten verlaten. Er staan Duitse legervrachtwagens klaar en laat in de nacht, tussen drie uur en half vier, vertrekken die volgeladen met jonge knullen naar de zuidoost punt van het schiereiland Hela bij Danzig. Dat is een haf en heet nu in het Pools Hel. Hela is dan een vlootbasis van de Duitse marine waar onderzeebootbemanningen werden opgeleid. Daar ligt een schip van de Duitse Kriegsmarine, een onderzeeër. Daar moeten ca. 15 jongens onder leiding van een kampleider van het platteland van Groningen aan boord, nadat ze instructies ontvangen hebben. Ze krijgen een eigen plek in de lege torpedomagazijnen. Een euforische gevoel maakt zich van Jaap meester. Aan boord van een U-boot! Zo’n vaartuig dat heel vaak in het nieuws (Sondermeldungen) was geweest vanwege de succesvolle aanvallen op geallieerde troepen- en vrachtschepen. Aan gevaar denkt Jaap niet. Prachtig allemaal. Ze mogen om toerbuurt zelfs de toren van de onderzeeboot bekijken. Steile metalen ladder op. Steeds weer klinkt het: “Aufwärts”, “Abwärts”. Een jongensdroom wordt waar…

Dat alles gebeurt tijdens de vaart in de Oostzee. Plotseling alarm: Tauchen, onder water. Er zijn Russische oorlogsvliegtuigen gesignaleerd. De bemanning neemt de gevechtsposities in. De jongens gaan naar hun plaatsen in de torpedorekken. Dan breekt een hels lawaai los. De Russen hebben dieptebommen afgeworpen en die veroorzaken een enorme druk op de bootwand. Het angstzweet breekt de jongens uit. Van euforie is geen sprake meer. Door periscoopobservatie op zeehoogte weet de bemanning op een zeker moment dat de vliegtuigen weg zijn. Terug naar het zeeoppervlak en daar blijkt het luchtruim inderdaad veilig. De boot vaart door naar het westen, ruim 450 km, en meert af in Warnemünde bij Rostock aan de westelijke Oostzee. De jongens worden ontscheept en bemanning en het schip worden gereedgemaakt voor de volgende evacuatievaart om burgers te redden voor het Russische geweld.

De jongens overnachten aan de kust en reizen de volgende dag richting Salzburg in Oostenrijk. Later door naar Spittal an der Drau in Karintië. In Hannover krijgen ze een zwaar bombardement te verduren, gelukkig in een schuilkelder. Op de verdere reis wordt hun trein beschoten door een jachtvliegtuig. Trein uit, in dekking langs de spoordijkhelling. De ketel van de stoomlocomotief wordt getroffen en er moet twee dagen worden gewacht voor er een nieuwe is om de reis voort te zetten. De passagiers zijn burgers, jongens en wat militairen. In Spittal aangekomen komt Jaap in het Wehrertüchtigungslager (weersportkamp) Millstättersee (Karinthië) , een kamp voor paramilitaire opleiding, inmiddels bestemd voor verdediging van de Alpenfestung. Die “vesting” is bedoeld als laatste verdedigingsring van Duitsland tegen de geallieerden. Jaap volgt de cursus van twee maanden en doet meer aan veldspelen, kleinkaliberschieten en krijgt onder andere les in de bokssport: van Max Schmeling, dan Duits kampioen en parachutist. Over dit kamp zijn filmbeelden van Descheg (vanaf 02:41). Hier volgen Nederlandse, Vlaamse, Waalse, Noorse en Deense jongens de opleiding. In dat kamp bereikt Jaap het bericht van de dood van Hitler. Het kamp wordt opgeheven en in groepjes van drie man moeten de jongens naar huis zien te komen. Ze krijgen van de intendance een stuk worst, kuch en boter mee. Zie maar dat je thuis komt. Jaap gaat met twee anderen, waaronder een Rotterdammer, op stap. Lopen, liften met legerauto’s. Grote afstanden moeten er worden afgelegd. Het door de leiding meegegeven parool was: de strijd gaat door. Met Engeland en de Verenigde Staten tegen Rusland. Achteraf was dit bedoeld voor het opkrikken van het moreel. Toch is historisch gebleken dat een hoge Duitse officier met die intentie gesprekken met Amerikanen heeft gevoerd. Het kwam er alleen niet van …

De jongens bereiken het prachtige Wörgl, ten noordoosten van Innsbruck en nog maar 20 km van de grens met Beieren waar ze veel Nederlanders treffen, onder andere militairen van de Waffen SS en chauffeurs van het NSKK. Die waren daar ondergedoken maar werden later gevangen genomen. De volgende dag bereiken ze met een transport Kufstein, nog dichter bij Beieren, waar ze worden opgevangen in een verzamelkamp. Op de lange weg van Spittal naar Kufstein hebben ze contact met een majoor van het Duitse leger, die zijn uniform heeft verruild voor burgerkleding om aan krijgsgevangenschap te ontkomen. Die man steekt de weg over en geeft een Amerikaanse militair uit Texas een hand. Er zijn er meer, hij ziet hun “woeste” koppen. Vijanden tot dan toe. Jaap ziet een Texaanse wachtpost, zittend in een stoel. Kratje bier naast zich, het geweer tussen de knieën. Jaap is ontgoocheld over het gebrek aan militaire houding. Daar in Kufstein ziet hij een bekende Jeugdstormleider uit Drenthe. “Ha, kompaan.” De man reageert boos, wil niet herkend worden en voelt zich bedreigd want daar in Kufstein worden de jongens en mannen op weg naar huis, geregistreerd als displaced persons, als mensen zonder thuis. Vandaar kan de reis iets makkelijker verlopen: vervoer per Amerikaanse vrachtwagen helemaal naar Mannheim/Ludwigshafen aan de Rijn. Na enige dagen rust gaan Jaap en zijn makkers per trein, weliswaar in een goederenwagen, richting Nederland. Hasselt in Belgisch Limburg is een tussenstation en dan is de voorlopige eindbestemming Weert.

 
Tijdlijn
  • 1943
  • 1944
  • 1945
  • 1946
  • 1947
  • 1920 - 1929
  • 1930 - 1939
  • 1940 - 1949
  • 1950 - 1959
  • 1960 - 1969