‘Ik heb altijd gedacht dat mijn vader een goed christen was en dat hij dus respect had voor de mensheid.’ Ruim een jaar geleden vroeg hij bij het Kadaster een akte op omdat hij nieuwsgierig was naar de vraag van wie zijn vader ooit de boerderij had gekocht waar hij was opgegroeid. Uit de opgevraagde akte blijkt dat zijn vader in de oorlog – via een bezette overheidsinstantie – land had verkregen van de joodse familie v. Z. uit Hoogeveen.
‘In de akte kwam de familienaam v. Z. voor. Ik dus opgewekt naar de familie v. Z. “Hé, mijn vader heeft zaken gedaan met jouw vader”. Hij zei: u moet maar eens het boek 'Land loopt niet weg' lezen". In dat boek las Benjamins dat de landbouwgronden rondom Hoogeveen, die in eigendom waren van joden, tijdens de bezetting in beslag zijn genomen. Eén van de kadastrale nummers van die gronden kwam overeen met het nummer van akte die Benjamins had opgevraagd.
‘Toen was het net alsof de grond onder mijn voeten wegzakte.’ Zijn vader had dus grond gekocht die de joodse familie v. Z. gedwongen had moeten afstaan. Volgens Benjamins heeft zijn vader geweten dat de gekochte gronden van joden was, omdat de gronden direct grensden aan zijn eigen land. Bovendien blijkt uit andere bronnen dat de boer, die de grond pachtte van de familie v. Z., ook de grond wilde kopen – en als pachter ook het eerste recht op koop zou hebben gehad – maar tegen zijn wil in is gepasseerd.
In 1941 had de bezettingsmacht een verordening afgekondigd dat alle joden hun landbouwgronden moesten inleveren. In datzelfde jaar tekende Benjamins’ vader het voorlopig koopcontract. In 1943 kreeg zijn vader het ruim 6 hectare grote land in handen en is met zijn gezin in de bijbehorende boerderij – die eerder onbewoonbaar was verklaard – gaan wonen. In totaal heeft Benjamins vier akten bij het Kadaster gevonden. Naast die van 1941 en 1943, is er ook nog een akte uit 1944 en 1948. ‘Uit al die akten kun je concluderen dat mijn vader heimelijk heulde met de nazi’s’. Vooral de akte uit 1944 roept vragen op, mede omdat deze niet goed te lezen is. Benjamins denkt dat zijn vader niet betaald heeft, maar betaald is, voor de gronden. ‘Bovendien staat in die akte van 1948 dat door mijn vaders handelingen joden zijn vervoerd naar Auschwitz’. Wat zijn vaders rol concreet is geweest, weet hij echter niet.
Ondanks dat Benjamins nooit iets heeft geweten, vallen er nu wel puzzelstukjes op zijn plaats. Zijn vader vond net als Hitler dat het joodse volk onderdrukt moest worden. ‘Hij zei wel eens: “Als Hitler de baas geworden was, hadden wij het beter gehad”. Die woorden ken ik nog letterlijk.’ Benjamins heeft onlangs ergens in het dorp opgevangen dat zijn vader contacten zou hebben gehad met vooraanstaande bezetters en dat hij veel geld zou hebben. Dat zijn vader in een klein portemonneetje een briefje van een miljoen bewaarde, komt nu in een heel ander daglicht te staan. Ook zijn betrokkenheid bij de geloofsgemeenschap Gemeente des Heren, waarbij volgens Benjamins ook veel NSB’ers zich aansloten, past in het plaatje. Bovendien schreef Benjamins een aantal jaren geleden een boek over zijn jeugd die gedomineerd werd door een orthodox christelijke opvoeding. Als reactie kreeg hij toen van een dorpsgenoot: “De waarheid is nog veel erger”.








































.jpg)



.jpg)



.jpg)
.jpg)