Kinderen over 'foute' ouders

Lettergrootte:    
8. Snapshots 1948-2000
1948 tot 2000

Ik heb tot 1 december 1948 bij deze baas gewerkt. Een van z'n cliënten vroeg me omstreeks october van dat jaar of ik bereid was bij hem in dienst te komen in een functie als boekhouder die bovendien een aantal commerciële taken zou moeten vervullen. Ik voelde er wel voor maar vroeg hem dat met mijn werkgever te bespreken, want het stuitte me tegen de borst om m'n fidele baas voor een fait accompli te stellen. Nolens volens ging hij accoord en zo begon ik bij het bedrijf, een eenmanszaak met een binnenschip, een zandzuiger, een handel in zand en grind en een coaster in aanbouw. Mijn werkgever had geen opvolger en op 21 december 1951, toen ik 25 jaar werd; vond ik op m'n bureau een brief met de aanstelling tot algemeen procuratiehouder. Inmiddels hadden we zelf ook nog 3 coasters in de vaart, waarvan 1 in Indonesische wateren en 2 andere in de Golf van Mexico ; bovendien voerden we nog het beheer over 2 coasters van derden. De eigenaar zelf was inmiddels meestal in het buitenland.

In 1955 trouwde ik mijn vrouw, die 't tot nu toe bij en met me heeft uitgehouden. Direct nadat ik haar op 22 november 1953 "vroeg", heb ik gesproken over m'n antecedenten. Zij op haar beurt vertelde dat 't bij haar thuis net andersom was : Diverse onderduikers, waaronder een Poolse jodin, een joodse man en een klein joods jongetje vonden daar een veilig onderdak.

Het bedrijf fuseerde in 1956 met anderen en verhuisde, waardoor wij (inmiddels hadden we een dochter) erachter aan gingen, in the middle of nowhere want waar wij kwamen te wonen was de eerste buitenwijk voor blanke allochtonen.

Mijn baas leed aan een hartkwaal en trok zich in 1960 uit de zaak terug, inmiddels 62 jaar oud. Ik had genoeg van mijn toenmalige woonplaats en begon, daartoe aangezocht, op 1 oktober 1960 bij een zakenrelatie van J. in mijn geboortestad als algemeen bedrijfsleider van een betonfabriek en een scheepvaartbedrijf, allemaal onderdelen van één firma. Bij dat bedrijf heb ik veel wijzigingen, nieuwe initiatieven en uitbreidingen meegemaakt. Op 1 januari 1966 werd ik directeur en na enige tijd mede aandeelhouder. Nadat het bedrijf eind 1977 verkocht was bleef ik directeur tot 31 december 1991, toen ik 65 jaar was geworden. Intussen had ik eind 1995, op verzoek van beleidsambtenaren bij de Provincie en Rijkswaterstaat, een branchevereniging opgericht, waarvan ik tot 2000 voorzitter bleef.

Als een vanzelfsprekendheid heb ik na 1945 mijn verleden niet onder stoelen of banken geschoven. Wanneer passanten kennissen, vrienden of belangrijke zakelijke relaties werden heb ik ze op een geschikt moment verteld met wie ze van doen hadden. In de eerste decennia na 1945 werd er dikwijls, specifiek of terloops, door de mensen over de tweede oorlog gesproken. Vaak kwam het gesprek dan ook in denigrerende zin op de NSB, z'n leiders en hun trawanten. Ik voelde het gewoon als verloochening van mezelf, m'n vader en broers, wanneer ik dan niet vertelde met wie ze aan tafel zaten. Door het soort werk wat ik deed maakte ik relatief veel besprekingen en vergaderingen mee en was mijn manier van doen noodzakelijk voor behoud van zelfrespect.

In deze "herinneringen" komen nog al wat mensen voor die ik niet bij name noem. Dat wil niet zeggen dat ik die niet meer weet; maar dat ik ze om uiteenlopende redenen niet wil vermelden.

 
Tijdlijn
  • 1920 - 1929
  • 1930 - 1939
  • 1940 - 1949
  • 1950 - 1959
  • 1960 - 1969