Terug naar de stad.
Voor dat de school weer zou beginnen haalde moeder ons op bij onze grootouders en wij kwamen in de nieuwe woning en kregen nieuwe buren. Uiteraard moesten we ook naar een andere school en kregen andere schoolvriendjes. In het begin was er weinig aan de hand en we moesten ons aan de nieuwe omstandigheden wennen.
Mijn resultaten op school waren onder normale omstandigheden acceptabel totdat na ruim een jaar mijn vader voor het gerecht kwam. Het proces werd in alle kleuren in de kranten beschreven en zijn naam werd ook genoemd. De vriendenschaar werd dan meteen dunner en natuurlijk lieten de schrijverijen over mijn vader mij niet koud en had moeilijkheden mij op mijn schoolwerk concentreren. Slapeloze nachten waren ook niet zeldzaam. Ik kon de lagere school afmaken zonder te blijven zitten en zoals de meeste kinderen in de klas werd er een hogere opleiding gekozen. Op deze school was het alleen HBS of MULO dat gold. Ik kwam op de Mulo terecht en was toen 12 jaar.
Tijdens het eerste jaar op de MULO was het proces tegen mijn vader intensiever geworden. De kranten stonden er vol van. Wat de journalisten daarover schreven werd steeds bloediger. Wij kinderen die dit lazen konden ons niet voorstellen dat dit over onze vader ging. Zo kenden wij hem toch helemaal niet!
Hoe dan ook, het eindigde er mee dat de officier van justitie (de openbare aanklager dus) de doodstraf eiste!
Bedroefd en nog onzekerder gingen wij toch naar school. Onze gedachten konden we helemaal niet meer bij de les houden. De dag na de eis van het doodsvonnis hadden we gymnastiekles en moesten in de touwen klimmen. Toen het mijn beurt was zei een die leuk wilde zijn: “ In zo’n touw wordt je vader opgehangen.”
Aan het einde van het eerste MULO jaar kreeg ik van de leraren de volgende goede? raad: “Het is het beste voor jou als jij maar naar de ambachtsschool gaat of loopjongen wordt. Van jou komt toch niets terecht”. Een heerlijke manier om een jong iemand, pas 13 jaar oud, diep in de schoenen te drukken.
Tijdens het proces en nog voor dat de uitspraak van het gerecht was gevallen berichtte de radio nieuwsdienst dat: “ het Rode Kruis deelt mee dat volgende Nederlanders met de Rode kruis medaille onderscheiden zullen worden. Dit zijn: .... kan je het je voorstellen, tussen deze namen was ook de naam van mijn vader!
Dit gaf natuurlijk grote vreugde. Eindelijk iets positiefs. Dit zou vanzelfsprekend het vonnis in positieve richting kunnen beïnvloeden want ze konden dus niet zomaar iemand met een Rode Kruis onderscheiding doodschieten! Wij vermoedden dat vader werd onderscheiden voor zijn hulp aan de slachtoffers bij het bombardement in Rotterdam.
De volgende dag kregen we een nog grotere maar negatieve schok. Er werd ook weer op het nieuws vermeld dat het Rode Kruis de onderscheiding “.... terugtrok omdat er hier een fout was gemaakt....... ”. Welke aanleiding de fout was is makkelijk te raden maar werd niet genoemd.
Wat een ongeëvenaarde lafheid! van een organisatie die trots is op het feit dat ze “neutraal” werken.
Natuurlijk heeft mijn vader met de bezetter samengewerkt en kon dus naar ik aanneem bestraft worden. Bestudeerd men de punten waarvoor hij oorspronkelijk en hoofdzakelijk was aangeklaagd dan was dat van toepassing op bijna het hele politiecorps van de gemeente . Zijn NSB lidmaatschap was de oorzaak dat de meeste daden die de politieambtenaren in onze gemeente hadden gepleegd, op zijn conto(account?) werden geschoven en hij zich daartegen moest verdedigen.
De ernstigste aanklachten tegen hem waren gebaseerd op valse getuigenissen van mensen uit kringen van profiteurs of die tijdens de oorlogsjaren criminele handelingen hadden gepleegd.
Deze hadden niets met de “echte” illegaliteit of ondergrondse te maken. Enige werden zelfs betaald door deze kringen om voor de rechtbank met valse getuigenissen op te treden in de hoop om vader onschadelijk te maken met de bedoeling zich zelf te redden.
Een goeie advocaat heeft hem van deze aanklachten kunnen redden.
Na een tijd kwam het vonnis, levenslang. Een kleine opluchting dus. Hij ging in hogerberoep en de hele rechtszaak begon van voren af aan. Daarna kwam de zaak in cassatie en de vonnissen werden ongedaan gemaakt. Nu weer een nieuwe rechtszaak in een andere plaats met een nieuw vonnis. Alle rechtszaken in totaal en voorbereidingen duurden bij elkaar ongeveer 5 jaar. Na enige maanden werd hij toen vrijgelaten.
In die tijd toen een doodsvonnis was geeist deed zich een aanmerkelijke episode voor. Vader werd bij de Officier van Justitie ontboden en hij werd uit de gevangenis gehaald door twee bewakers die hem naar het gebouw van Justitie begeleidde. Aangekomen op het kantoor van deze, een paar etages hoog, verdwenen de bewakers en vader was alleen met de officier. Na korte tijd was het gesprek ten einde en hij werd verzocht de kamer te verlaten zonder dat de bewakers geroepen werden om hem te halen. Dit vond hij vreemd en werd achterdochtig. Hij kende het gebouw nog goed uit zijn politie tijd en nu zag het ernaar uit dat er een kans bestond om te vluchten! Met de dreigende doodstraf boven zijn hoofd overweegde hij dit maar liep de trap af en melde zich bij de wacht. Daar aangekomen haalde de wacht een paar extra bewapende bewakers naar binnen die post hadden gevat om hem, als hij vluchtte, neer te kunnen schieten.
Vader wist eenvoudig te veel van wat de politie tijdens deze jaren hadden gedaan en de Officier van Justitie wist eenvoudig geen raad als vader zich tijdens zijn verdedeging zou gebruiken. Men kon toch niet het hele politiecorps aanklagen!
Hun conclusie was: Vader uit de weg geruimd, probleem opgelost!
De politie is, tot grote verwondering van insiders, naar mijn weten dan ook nooit aangeklaagd voor hun doen en laten tijdens de oorlogsjaren.
Al deze processen maakten het leven voor ons drieën heel erg moeilijk. Het is ons een raadsel hoe mijn moeder de hele tijd tegenover ons zo sterk is gebleven. Tranen hebben wij nauwelijks gezien maar haar hoofdkussen moet die ’s nachts zeker hebben opgevangen.








































.jpg)



.jpg)



.jpg)
.jpg)