Een vakantie reis
De oorlog ging door en we konden zelfs een paar maal met vakantie naar onze grootouders. De eerste vakantie moest tamelijk vlak na de meidagen zijn geweest. Ik herinner mij dat wij op een mooie zomerdag op de Veluwe langs een spoorlijn zaten en zagen vele goederentreinen die naar het westen stoomden en afgeladen waren met oorlogsmaterieel zoals, vliegtuig delen, tanks, vrachtauto’s enz..
De tweede maal dat wij op vakantie waren was op de terugweg en het moet voorjaar 1943 of 1944 zijn geweest. Toen is onze trein beschoten ergens tussen Amersfoort en Harderwijk. De piloot moet hebben geweten dat het geen zuivere militaire trein was want hij vloog eerst een keer over de trein heen waarop de machinist de trein tot stilstand kon brengen en de passagiers uit de trein konden springen. Oudere mensen die zich niet zo snel konden bewegen kropen onder de trein om beschutting te zoeken. Alle anderen liepen zo ver als mogelijk de weilanden in en scholen in greppels e.d.. Na een korte tijd kwam het vliegtuig terug en beschoot de trein. Ook de stoomlocomotief werd geraakt en explodeerde. Dit had tot gevolg dat de remmen op de wagons, die met stoomdruk werkten, loslieten en er beweging in de trein kwam. Het gevolg hiervan was een bloedbad met zware gewonden tussen de mensen die onder de trein lagen.
Mijn vader, zuster en ik waren uit de trein sprongen aan de ene zijde en moeder aan de andere. Later hebben we elkaar weer zonder letsels kunnen vinden.
De lagere school
Onze school moest evacueren omdat deze in het spergebied kwam te liggen. We werden ondergebracht in een andere school waar andere kinderen al onderwijs kregen. Dit had tot gevolg dat we halve dagen les kregen. De ene week s’morgens de andere week 's middags.
Het was intussen bij mijn schoolvriendjes en de juffrouw doorgedrongen dat mijn vader NSB’er was. Wij hadden door de verkorte lestijd meer tijd om met elkaar te spelen en we kwamen dan ook vaker bij elkaar thuis. Een dag toen we in de namiddag les hadden en ik bij een vriendje thuis was liet hij mij zijn konijnen zien. Hij vertelde dat deze konijnen later geslacht zouden worden. Omdat de voedselvoorziening steeds slechter werd was het opvoeden van konijnen logishe zaak. Gras voor hen kon men altijd vinden. Daar het tijd was voor middageten en we daarna naar school moesten werd ik naar huis gestuurd. Ik had echter moeilijkheden om het slot van de buitendeur te openen wat een tijdje duurde. In de tijd dat ik aan het slot stond te prutsen hoorde ik de moeder van mijn vriendje zeggen dat hij aan niemand mocht vertellen dat zij konijnen hadden voor de slacht. Speciaal niet aan mij omdat ik de zoon van een NSB’er was!
Het is verschrikkelijk voor mij om nu te weten dat het toen heersende bewind al zoveel angst had verspreid zodat men zelfs angst had voor een 8-9 jarige kind van foute ouders.
Op school bij de geschiedenis les werd door de juffrouw de vraag gesteld: “Wie weet wat een martelaar is”. Er waren niet veel handen die omhoog gingen maar ik was er een van. Of ik het juiste antwoord wist weet ik niet maar de juffrouw richtte zich in ieder geval tot mij en zei: “Vertel het eens want jij zal dat wel weten”. Dit had tot gevolg hilariteit in de klas.
Dit verhaal vertelde ik thuis en vader ging meteen de volgende dag mee naar school en verzocht de juffrouw met zeer veel nadruk om haar politieke gevoelens niet af te reageren op kinderen van ouders die anders dachten.
Af en toe kregen we anonieme brieven met dreigementen. Een met ongeveer de woorden: “De kinderen van jullie NSB’ers zullen we bij de bevrijding afmaken zodat NSB gespuis niet verder kan groeien”..... Van een van deze brieven heeft mijn vader de afzender via een vingerafdruk kunnen opsporen. Het was een buurvrouw!
Goede Nederlander
Een dag werden er pamfletten door de geallieerden boven de stad gedropt. Een groot gedeelte kwam terecht in het dicht bij ons gelegen mijnenveld en spergebied. Het mijnenveld was afgezet met prikkeldraad en tankblokkades. De pamfletten die in de stad landden waren natuurlijk zo verdwenen. Wij kinderen speelden buiten toen er een man naar ons toe kwam die ons geld zou geven als wij voor hem onder het prikkeldraad door wilde kruipen om uit het mijnenveld een pamflet voor hem te halen.........!
De rijks Duitsers die in Nederland woonden en ten dele getrouwd waren met Nederlanders hadden bepaalde rechten. Ze behoefden niet met NSB’ers getrouwd te zijn. Als een winkelier aankondigde dat een bepaald product een bepaalde dag te koop zou zijn, hadden zij altijd de eerste rechten om het te kopen. Dit recht hadden NSB’ers niet eens. Wij hebben zelf vaak nodeloos in een keu gestaan!








































.jpg)



.jpg)



.jpg)
.jpg)