Sinds 1956 is Vincenzo werkzaam bij N.V. Machinefabriek Frans Smulders in Utrecht. Zijn vrouw en Dircea en zoontje Dino van bijna anderhalf wonen dan nog in Italië. Na zijn vakantieverblijf in Italië in de zomer van 1957 neemt Vincenzo zijn gezin mee naar Nederland – of hij dit doet om hen in Nederland te vestigen of met het oog op tijdelijk verblijf, dat is niet op te maken uit de documenten.
Het gezin wordt in de trein gecontroleerd door de Koninklijke Marechaussee. Vincenzo wordt meegedeeld dat hij zich niet meer [bij de politie?] hoeft te melden. Hij meent dat dit niet alleen voor hemzelf, maar ook voor zijn vrouw en zoontje geldt.
Na twee verlengingen is het contract van Vincenzo op 19 maart 1958 afgelopen. De Machinefabriek wil Vincenzo graag houden en zet zich in – aldus Vincenzo – om toestemming te krijgen tot verlenging van het contract. Maar door zijn gezin over te laten komen, houdt Vincenzo zich niet aan de voorwaarden die gelden voor gastarbeiders.
De zaak wordt opgepakt door de Hoofdcommissaris van de politie, de heer Eijk. Hij schrijft op 19 december 1957 aan de procureur-generaal van de Amsterdamse politie het volgende: ‘Aangezien [Vincenzo] zich niet aan de voorwaarde om zijn gezin niet over te laten komen, heeft gehouden, geef ik u in overweging de verlenging van zijn contract niet te bevorderen en hem na afloop van zijn contract geen langer verblijf in Nederland toe te staan’.
Aan het eind van deze brief schrijft de heer Eijk echter wel dat hij het niet van goede zeden vindt getuigen om iemand jaren gescheiden van zijn vrouw te laten leven. Tegen Dicea en Dino zijn derhalve nog geen maatregelen genomen.
Ook de politie in Amsterdam is van mening dat Vincenzo en zijn gezin niet langer in Nederland mogen verblijven, zo schrijven zij op 24 december 1957. Maar:’Voor het geval, dat het economisch belang van ons land toch een verlenging van zijn verblijf hier te lande vordert, zou ik ook (…) willen adviseren tevens toestemming te geven tot het verlenen van een verblijfsvergunning voor zijn echtgenote en zoontje’.
In februari 1958 bemiddelt ook Machinefabriek Smulders, tot tweemaal toe. Het resultaat is dat Vincenzo's contract met maximaal 3 maanden wordt verlengd, 'mits een Nederlandse kracht naast betrokkene wordt aangesteld, om na zijn vertrek het werk over te nemen.'


























