Gino wordt op 26 april 1941 in de provincie Palermo op Sicilië geboren. Zijn vader heeft een boerenbedrijf. Als jonge man werkt Gino in de boerderij en in de bouw. Hij komt in Delft terecht na een moeilijke periode van werk en verblijf in Zwitserland en Duitsland.
‘Tachtig procent van de Italianen in Delft werkte in die tijd voor deze fabriek. De meeste Italianen werden in Milaan geworven via een wervingsbureau en medisch gekeurd. Daarbij werd onder andere gekeken naar het aantal ontbrekende kiezen en tanden. Er werden in die tijd dan ook veel gouden kiezen en tanden gezet.
Mijn broer en ik woonden in een pension in de Celebesstraat in Den Haag. Daar werd door de fabriek voor gezorgd. Het was een mooie plek, maar het eten vond ik maar niets. Ook was er geen centrale verwarming, wel een kolenkachel maar die werd nooit aangestoken. De andere Italianen en ik werden steeds ontevredener. Maar in het begin mochten we niet zelf op zoek naar een ander pension, want de fabriek wilde waarschijnlijk toezicht houden op zijn gastarbeiders.
Het werk in de fabriek beviel mij goed en ook vond ik de Nederlandse bevolking veel gastvrijer dan de Duitse en Zwitserse bevolking. Ik heb in Nederland minder discriminatie ervaren; hier kon ik gewoon met de meisjes dansen zonder dat ze er meteen vandoor gingen als ze mijn Italiaans hoorden. Echt mijn best om Nederlands te leren deed ik niet, want ik was helemaal niet van plan te blijven. In 1965 ontmoette ik Corrie. Wij zijn in 1968 getrouwd. Ik was van plan naar Australië of Zweden te vertrekken. Maar Corrie wilde niet. Ik heb nooit overwogen om terug te gaan naar Sicilië.
Ik ben altijd wat opstandig ben geweest. Als veertienjarige kwam ik al op voor de belangen voor de mannen in de bouw op Sicilië. Ik werd in 1973 lid van de Industriebond FNV. Het was de tijd van de acties en stakingen in de metaalindustrie: ‘geen procenten maar centen’. Ik werd gevraagd voor de bedrijfsledengroep. Wij kwamen op voor alle nationaliteiten gastarbeiders. Ook werd ik lid van de PvdA.
Ik deed mee aan het initiatief om een Italiaanse vereniging in Delft op te zetten en ook werd ik actief in een commissie om een migrantenraad op te richten die advies gaf aan de gemeenteraad. Omdat migranten in die tijd geen stemrecht hadden, werd in Delft een migrantenpartij opgericht. Ook werden het Landelijk Centrum voor Buitenlanders en Regionale Centra voor Buitenlanders opgericht. In een oud ziekenhuis werden met subsidie een pension en een ontmoetingscentrum opgericht voor gastarbeiders. Het doel was om zo spoedig mogelijk zelfstandig te worden en niet meer afhankelijk van het RCB.’
Scalzo heeft zich op politiek en sociaal front altijd ingezet voor de zwakkeren in de samenleving, niet alleen voor migrantengroepen. Als in 1986 migranten voor de gemeenteraad mogen stemmen, wordt hij gevraagd zich kandidaat te stellen. Hij twijfelt. Hij heeft een voltijdbaan bij de NKF en daarnaast is hij landelijk voorzitter van de FILEF (Federazione Italiani Emigrati e Famiglie), lid van de Districtsraad en de Bondsraad, voorzitter van de bedrijfsledengroep FNV, lid van het landelijke adviesorgaan voor minderheden van de Industriebond en lid van de Commissie etnische groepen.
Daarnaast zit hij in een commissie die het partijbestuur en Tweede Kamerleden van de PvdA adviseert en in de begeleidingscommissie van de Sociale Raadslieden, een adviesorgaan van B&W in Delft.
Na 14 jaar raadslid te zijn geweest en met de komst van zijn eerste kleinkind in 2000, stopt Scalzo met het gemeenteraadswerk. Tot op de dag van vandaag is hij maatschappelijk betrokken.



















