In eerste instantie gaat het om ongehuwde mannen met een arbeidscontract van maximaal twee jaar die in pensions verblijven. Maar ook zijn er getrouwde mannen die voor de periode van een paar jaar hun vrouw en kinderen in Italië achterlaten.
Als blijkt dat een aantal van hen in aanmerking komt voor contractverlenging, neemt de behoefte aan gezinshereniging logischerwijs toe. De ministeries van Justitie en Buitenlandse Zaken krijgen eind jaren vijftig steeds vaker verzoeken daartoe. In sommige gevallen vraagt de Italiaanse ambassade in Nederland om bemiddeling bij de verschillende ministeries.
Zo ook in het geval van het verzoek om de gezinnen van elf Italiaanse arbeiders van de Koninklijke Hoogovens te IJmuiden naar Nederland te halen. Dit verzoek wordt in mei 1960 gedaan door de minister van Buitenlandse Zaken aan de minister van Justitie.
Uit dit verzoek blijkt dat de directie van de Hoogovens achter de wens zijn arbeiders staat, die soms al vier jaar in Nederland verblijven zonder enig uitzicht op gezinshereniging.
Huisvesting zou geen probleem moeten zijn, want de Hoogovens bouwt voldoende nieuwe woningen. En ook zou de ‘bijzondere voorwaarde met betrekking tot de gezinnen van arbeiders, is komen te vervallen’.
Nee, het is eerder een moreel appèl dat de minister hier doet. ‘Afgezien van deze argumenten wil het mij voorkomen, dat uit humanitaire overwegingen aanleiding bestaat de onbederfelijke aangelegenheid opnieuw in beschouwing te nemen. Indien de werkgever termen aanwezig acht om een contract te verlengen, kan daaraan mijns inziens niet de consequentie van een jarenlange scheiding van het gezin worden verbonden op welke gronden dan ook’.
Een half jaar daarvoor, in oktober 1959, had de Directeur-Generaal voor de Arbeidsvoorziening ook al opgeroepen tot een aangepast beleid ten aanzien van Italianen die al langer dan twee jaar zonder hun familie in Nederland verblijven. ‘(...) ben ik van oordeel dat wijde vestiging van deze gezinnen niet langer mogen tegenhouden. Ik ben deze mening te meer toegedaan wanneer ik denk aan de grote morele nadelen – zowel voor de gezinnen als mogelijk voor de Nederlandse samenleving – verbonden aan een zo lange scheiding.'
In de zomer van 1960 wordt het wervingsverdrag tussen Italië en Nederland ondertekend. Hierin worden de werk- en verblijfsvergunning van elkaar losgekoppeld. Een grote wens van velen.


















