50 jaar Italiaanse gastarbeiders

Lettergrootte:    
De terugkeer van Gennaro
04-1961
In april 1961 wordt Gennaro op staande voet ontslagen. Hij zou zich aan ‘laakbare handelingen’ schuldig hebben gemaakt. Omdat Gennaro niet vrijwillig uit Nederland vertrekt, wordt hij tot ‘ongewenste vreemdeling’ verklaard en op kosten van de staat het land uitgezet.

In steden en gebieden waar veel Italianen aan het werk zijn, worden Italianencommissies in het leven geroepen. In deze commissie zitten in ieder geval de directeur van het arbeidsbureau, een vertegenwoordiger van de werkgever en een tolk. Als er moeilijkheden zijn met een Italiaanse arbeider dan wordt de zaak voor de commissie gebracht. Nadat de Italiaan in kwestie gehoord is, wordt er besloten of hij al niet terug moet naar Italië.

De directie voor de arbeidsvoorziening heeft de terugkeerprocedure tot in detail geregeld. Het arbeidsbureau koopt op het NS-station een kaartje met een ‘reiskredietbon’. Op deze bon – en het duplicaat ervan - moet in het rood ‘terugkeer Italiaanse werknemer’ worden aangegeven. Het duplicaat wordt met een drievoudig rapport ingeleverd.

Soms kan er voor de plaats van herkomst in Italië geen vervoersbewijs afgeleverd worden. Dan moet een ambtenaar de Italiaan begeleiden naar het perron bij het dichtstbijzijnde station waar dat wel kan. Daar krijgt hij nog tien gulden ‘ter bestrijding van kosten gedurende de reis.’ Daarna moet de ambtenaar ‘zich voorts zoveel mogelijk […] overtuigen, dat de betrokkene ook werkelijk vertrekt.’

Of het met Gennaro precies zo is gegaan, is niet zeker. Het is wel zeker dat niet iedereen het er mee eens is dat de overheid Gennaro’s terugreis moet betalen, ondanks de helderheid van ambtelijke taal. De richtlijnen stellen namelijk dat de Italiaan zelf de terugreis moet betalen als hij is ontslagen na ‘laakbare handeling of gedraging.’ Kan of wil hij dit niet, dan moet de politie worden ingeschakeld en betaalt de overheid de terugreis.

De hoofdcommissaris van Politie in Utrecht is het niet met de procedure eens: ‘Het komt mij onredelijk voor, dat in gevallen als hierboven omschreven, de kosten van de terugreis van de vreemdeling naar het land van herkomst, geheel ten laste komen van de overheid, terwijl de werkgever, die in feite de vreemdeling naar Nederland heeft laten komen, ten aanzien van de terugreis van deze vreemdeling geen enkele financiële verplichting heeft.’ Volgens hem moet de werkgever in alle gevallen de kosten betalen.

Zelfs de minister van Justitie vindt het onredelijk dat de kosten op de werknemer worden verhaald.

Bij de werving van Spanjaarden in 1961 is de aanpak anders: als de Spaanse arbeider de terugreis niet kan betalen, blijft de werkgever nog steeds aansprakelijk. Voor Gennaro maakte het allemaal niets meer uit. Van hem weten we alleen dat hij op 27 april 1961 als ongewenste vreemdeling het land is uitgezet.

 
Tijdlijn
  • 1910 - 1919
  • 1950 - 1959
  • 1960 - 1969
  • 2000 - 2009
  • Jaa0 - Jaa9