Nu dus in Bremen, dat bij de eerste aanblik een onuitwisbare indruk op mij had gemaakt. Puin, zover het oog reikte. De uit Rotterdam (!) geroofde trams gaven er een surrealistisch tintje aan. De verjaardag van de Führer – 20 april – had nog wat extra eten opgeleverd. Nu was het wachten op de Engländer die de stad omsingeld hadden.
Het leven ging nog door maar onder een druk die bij de inwoners gemengde gevoelens opriep. Na vreselijke bombardementen die ook nu nog aanhielden, veelal verlies van have en goed en angst voor verwanten aan het front, werd er nu uitgekeken naar een einde van dat alles. Maar met de vraag: Wat staat ons dan nog meer te wachten?
Een bewijs van die gespletenheid zag ik in een uitgestorven stad waar in een winkeltje te midden van het puin voor het raam de voorpagina van het Bremer Nachrichten was opgehangen. Het hoofdartikel in de rechterkolom droeg de titel ‘Schokolade vom Tommy’. In het artikel werd verhaald van geruchten die in de stad de rondte deden. Er zouden inwoners zijn geweest die het gewaagd hadden om de stad uit te gaan om contact te hebben met familie.
Ze waren – uiteraard – gestuit op Engelse soldaten. Die waren erg vriendelijk geweest en hadden, zoals uit de kop boven het artikel bleek, zelfs chocolade uitgedeeld. De hoofdredacteur verwees die verhalen naar het rijk der fabelen en herinnerde zijn lezers er aan dat diezelfde vriendelijke Engelsen de stad in de afgelopen jaren hadden platgebombardeerd. Een fervente poging om tot het laatst nog iets van een verzetshouding overeind te houden. Het mocht niet baten.
Op 26 april viel er na enige dagen van beschietingen en bombardementen in de avond een vreemde stilte. Aan het einde van een straat die naar de rand van de stad leidde waren er nu en dan voertuigen te zien waarvan de aard en de inzittenden niet konden worden onderscheiden. Maar iedereen wist het zeker: het waren Engelsen. Dat werd de volgende morgen bevestigd.
Zonder dat we in de kelder van een verlaten schoolgebouw – of wat daarvan over was – uit onze slaap werden gewekt, waren de Engelse tanks komen binnenrollen. Voor onze verbaasde ogen zagen we de soldaten genieten van hun eerste kop thee en kregen we, zoals in de krant had gestaan, chocolade en… sigaretten.
Na een kleine week volgde het transport naar Nederland, met legervoertuigen die goederen hadden gebracht en Displaced Persons mee terugnamen. Op 5 mei hoorde ik in Eindhoven ’s avonds op de radio op een geïmproviseerde slaapzaal in een Philipsgebouw gejuich. Heel Nederland was vrij! Maar pas in juli mocht ik naar huis.