Het waren afschuwelijke maanden vlak voor de Bevrijging, met een vijand die onberekenbaar toesloeg op de hele samenleving. Er waren razzia’s, waarbij alle mannen van vijftien jaar en ouder werden opgepakt en naar Duitsland getransporteerd. Fietsen werden in beslag genomen, onschuldige mensen gefusilleerd. De winter was zeer koud en de vorst begon al in de tweede helft van december. Brandstof was zeer schaars. Elektriciteit en gas waren al eerder afgesloten en er was maar enkele uren per dag water.
De muziek kwam tijdens tweede kerstdag 1944 uit een grammofoonmeubel met een slinger waarmee het veermechanisme werd opgewonden, genoeg om tien minuten te laten draaien. Als de foxtrot of de Engelse wals te sloom ging werd de slinger even gebruikt. Wij konden dansen, wat door de Duitsers verboden was en verder werd er gekaart, gesjoeld en koek gegeten - een mengsel van meel, custard, havermout en water. Het was een goed geslaagde middag; we gingen op tijd naar huis want om acht uur was het spertijd en moest je binnen zijn.
In die volgende maanden gingen wij veel met de kano naar de Beemster voor aardappelen, bonen en fruit. Ook ’s nachts gingen wij er met de kano op uit om een en ander te ritselen, onder andere vis uit de fuiken halen; spartelende alen en brasems tussen je benen in de kano. Bij het kanohuis werden de kano’s omgekiept en werd de vis ‘vakkundig’ geslacht.
De voedselvoorziening werd steeds slechter en al had je distributiebonnen, de winkels waren zo goed als leeg. Alleen de gaarkeukens produceerden nog wel wat watersoep maar de honger moest wel erg groot zijn om dat door je keel te krijgen.
Op 4 mei was ik samen met een vriend op familiebezoek in Jisp. ’s Avond om negen uur gingen wij naar huis, het was donker en ver na spertijd. Wij liepen Jisp uit, niemand op straat te zien. Halverwege in Wormer zagen we enige mensen. We gingen een steeg in en wachtten tot ze voorbij waren. Toen we verder in Wormer kwamen waren er steeds meer mensen op straat en hoorden we dat de oorlog was afgelopen.
Enige dagen later kwamen de Canadezen en overal werd de bevrijding uitbundig gevierd. Vier weken later kwam onverwachts mijn vader thuis. Hij had een kaal hoofd en was vreselijk mager en zijn gewicht was nog geen vijftig kilo; hij had vier kampen overleefd waarvan de laatste Dachau.























































































