Inmiddels waren in Amsterdam de scholen gesloten wegens kolengebrek en had ik als onderwijzeres niets meer te doen. Ik besloot mijn broertje op te zoeken. Op een fiets met houten banden duurde het twee dagen voordat ik in Oostwoud aankwam.
De oorlog leek daar ver weg, er was nergens gebrek aan! Met mijn broertje ging het goed en na enig heen-en-weer gerij vond ik ook een plaatsje. Ik mocht als hulp in de huishouding komen bij een broer en zuster op leeftijd, die hun boerderij hadden verpacht en nu in een mooi herenhuis woonden. Er waren al twee jongens uit Den Haag in de kost, en zo zaten we met z’n vijven in het keukentje opzij van het huis; de mooie kamers werden nooit gebruikt, behalve als tante Jannetje een brief moest schrijven.
Als er ’s middags kennissen langskwamen waren er twee onderwerpen van gesprek: ‘Hè je al skommaakt?’ (Is de grote schoonmaak al gedaan?) en ‘Bin de kuij al uutjaagd?’. (Zijn de koeien al in de wei?)
Dit rustige leven werd ineens verstoord door de onderwaterzetting van de Wieringermeer. We waren er pas nog op bezoek geweest: alles in bloei, zo mooi! Nu zagen we vanaf de dijk alleen nog een enorme watervlakte; ik herinner me een piano die tussen de daken dreef.
We kregen evacué’s en zaten nu met elf mensen in het keukentje. Lang duurde dit echter niet, druppelsgewijs vertrok men (vaak per boot) naar het bevrijde deel van het land; het noorden was al bevrijd.
Toen we zaterdag 5 mei vroeg het weiland inliepen, zagen we de vlag van de kerk van Opperdoes wapperen: wij waren ook bevrijd! We bleven opgewonden praten tot tante Jannetje zei: ‘Nou, de oorlog is afgelopen. Da’s mooi, maar nou wel effies zaterdaggen’. (Dat wil zeggen: de messen schuren en de ramen lappen.)
’s Avonds kwamen we met wat jongelui bij elkaar in de schuur, met kaarsen en wat drankjes. Dat was ons bevrijdingsfeest. Twee dagen later gingen we op de fiets naar Hoorn en zagen daar hoe de NSB-ers werden afgevoerd naar ‘De Krententuin’ (de gevangenis).
Niet lang daarna gingen we naar huis. Mijn vader had een vlag gekocht, de eerste van zijn leven! Daar maakten we nog een paar kleine ‘bevrijdingsstraatfeestjes’ mee. De intocht van de Canadezen had ik gemist, maar de vreugde om de bevrijding was er niet minder om!

























































































