65 Jaar Bevrijding

Lettergrootte:    
Verhaal van de familie Groenewoud
04-1945 tot 05-1945, Winschoten
Willy was als oorlogskind voor de derde keer in Groningen, Winschoten dit keer. Na eerdere bezoeken in 1943 en 1944 had gelaten weer het ouderlijk huis in Amsterdam verlaten; ze was dertien jaar oud.

Het noorden van het land werd ongeveer drie weken eerder bevrijd dan haar geboorteplaats Amsterdam. Ze zat bij een familie met een klein dochtertje Etty, maar eigenlijk wilde ze niets liever dan terug naar Amsterdam, naar haar eigen familie. Desnoods te voet over de Afsluitdijk.

De familie uit Winschoten woonde en sliep beneden in het huis, boven was het gevaarlijker wanneer er gevochten zou worden. Willy sliep als enige boven. Behalve die ene nacht, toen er buiten geschoten werd. Willy hoorde voor het eerst de harde knallen van vurende geweren en pistolen. Die nacht schuilde het gezin, met Willy, in de kelder. De volgende ochtend, een mooie heldere voorjaarsdag, ging het gezin naar de grote boerderij van oma in het nabijgelegen Roodeschool. Toen ze daar waren, zag Willy voor het eerst Canadese soldaten. Ze was niet bang voor deze soldaten, die rustig voor hun tenten een beetje zaten te luieren. Ze droegen geen enge kisten zoals de Duitse militairen. Een van hen kwam naar haar toe en gaf haar een reep. Het was die dag dat Willy voor het eerst weer de smaak van bittere chocola proefde, ze vond het heerlijk.

Mei 1945
De dag nadat de vrede ondertekend was. Zoals elke ochtend liep de net vijftienjarige Anton langs de Brouwersgracht op weg naar de zaak. Al ruim twee jaar werkte Anton daar als kapper, zoals de meeste kinderen uit het gezin van negen werkten om de boel draaiende te houden. Toen hij de hoek omkwam, stonden er twee mannen van de Binnenlandse Strijdkrachten voor de kapperszaak. ‘Wat kom je hier doen, jochie?’, vroegen ze aan Anton. ’Ik werk hier. Waar zijn mijn baas en bazin?’, zei Anton, stomverbaasd dat zijn baas niet allang voorbereidingen aan het treffen was voor weer een dag in de zaak. ‘Die zijn net naar de Levantkade vervoerd.’ Het gezin, met een klein dochtertje en een tweede op komst, had altijd hard voor zijn bestaan gewerkt, maar de Duitse afkomst van mevrouw, bleek genoeg om ze ‘terug te pakken’ na de bevrijding. Onbegrijpelijk voor de nog jonge Anton. De mannen eindigden bits: ‘maak dat je wegkomt.’

Hij bleef wat over straat dwalen. In de verte hoorde hij het schieten op de Dam. Nog aangeslagen door wat hij net had gehoord, reageerde hij er niet op. Bijna thuis liep hij langs de Van Hallstraat waar het een drukte van jewelste was. In het midden van de straat stond een grote open vrachtwagen, vol met jonge Nederlandse vrouwen. Gejoel, geschreeuw en gekrijs van alle kanten, de vrouwen werden kaal geschoren. De jonge Anton bekeek het van een afstandje, zoals hij de hele oorlog al van een afstandje had bekeken. ‘Nu eerst maar eens een nieuwe baan vinden’, dacht hij bij zichzelf.

Amsterdam was bevrijd en dus kon Willy terug over de Afsluitdijk. De terugkomst was echter allesbehalve vrolijk. Het ouderlijk huis was gehuld in treurnis. De jongste broer van moeder had de gehele oorlog ondergedoken gezeten; hij zat in het verzet. De familie had hem de afgelopen vijf jaar erg weinig gezien, als de oorlog afgelopen was zou daar verandering in komen. Twee dagen voor Willy’s terugkomst had de BS een actie gepland. Nederland was bevrijd en er werd jacht gemaakt op de ‘verraders’. Twee man zouden een NSB’er in het nauw jagen. In een achtervolging miste de kogel de NSB’er. In plaats daarvan trof de kogel oom Wiet, die zo op de dag van de bevrijding overleed.

 
Tijdlijn
  • 1943
  • 1944
  • 1945
  • 1946
  • 1947
  • 1930 - 1939
  • 1940 - 1949
  • 1950 - 1959
  • 1990 - 1999
  •