Er waren altijd mensen die in het geheim naar de Engelse zender luisterden. Die werd door de Duitsers verstoord maar met een richtantenne ('Moffenzeef' genaamd) kon je wel de berichten ontvangen. We werden direct naar huis gestuurd. Later bleek dat de directeur van mijn school in het verzet zat en voorbereidingen moest treffen. Op weg naar huis over de Rijswijkseweg zag ik groepen mensen staan met bloemen in hun hand om de troepen te verwelkomen.
Op vrijdagavond op 4 mei 1945 werd er op de deur gebonsd en kwam de benedenbuurman vertellen dat het morgen vrede zou zijn. Ook deze buur had een verborgen radio. Op straat hoorden we ook al rumoer en zagen we vlaggen uithangen. Van mijn vader mocht ik niet naar buiten omdat hij relletjes vreesde. Die waren er gelukkig niet in onze buurt. Later hoorden we dat er wel in Amsterdam doden waren gevallen. Er was verder nog niet veel te merken in onze buurt. Ik heb de volgende dag een feestelijke verjaardag gevierd. Iedere avond werd er op straat gedanst.
Geleidelijk aan kwam het eten los. Er waren blikken met Irish stew en eierpoeder. Ook kregen we kaakjes die in vierkante blikken waren verpakt. In sommige kaakjes was pindakaas verwerkt. Er waren veel van die blikken. We bonden een aantal van die blikken samen tot een vlot en voeren er mee op de Vliet.
In het meer van Ter Werve in Rijswijk doken we naar granaten, die door de Duitsers daar in het water waren gegooid. Dan trokken we de granaat van de huls af en haalden het bruine spaghettiachtige rookvrije kruit uit de huls. We trapten een uiteinde van deze spaghetti dicht en het kruit staken we in brand. Dan schoot die spaghetti als een gillende keukenmeid door de straat. Gevaarlijker was het om de granaat open te schroeven en er de scheerstaafachtige trotyl uit te halen. Daar heeft een vriendje van mij een hand mee verloren.
Kort na de bevrijding kwam een medescholier van mij op een motorfiets weer naar de MULO. Hij was gekleed in een Canadees uniform en was tijdens Dolle Dinsdag naar Brabant gegaan en was als tolk met de Canadezen opgetrokken . Sommige van mijn vrienden hebben de oorlog niet overleefd.
Een jaar later kwamen er jongens uit de Japanse concentratiekampen in de klas. Ook een jongen die als matroos op Moermansk gevaren had, waar er 29 van de 30 schepen uit het konvooi tot zinken werden gebracht . Over het algemeen waren het jongens die wisten te overleven en spirit hadden. Die hebben in de komende jaren Nederland, dat geheel uitgeplunderd was, weer opgebouwd tot wat het nu is.























































































