Ik herinner me alleen nog, dat ik koeriersdiensten deed en daarbij op plaatsen kwam met mensen, dolzinnig van vreugde en spontaan in feesten uitbarstend. Maar dienst is dienst en ik kon helaas niet meedoen.
Voor mij brak een periode aan van wachtdiensten, meestal aan de poort van de school, die door ons geconfisceerd werd om als kazerne te dienen. Oudere collega’s deden het gevaarlijker werk, zoals het ophalen van Duitse militairen. Ik was uiteindelijk nog een broekie. Maar het hok, waar een SS’er werd opgesloten mocht ik wel bewaken. Hij werd correct behandeld en overgeleverd aan de betreffende instanties. Er was ook een Duitser die zwaar gewond was en ‘s nachts om zijn moeder riep. Het deed me niets. Maar de snel te herstellen vleeswond van een collega, na het krijgen van een bilschot, deed mij wel wat.
Gelukkig had ik ook andere taken, zoals het ophalen van NSB’ers. Kaal scheren van ‘moffenhoeren’ heb ik gelukkig niet meegemaakt. Tijdens de voedseldroppings bewaakten we terreinen en wegen. De zwarte handel tierde welig en ik moest ook een weg bewaken en toezien dat er geen zwarte handelaren de stad inkwamen. We sliepen in het hooi bij een boer. Er waren veel ratten en daarop oefenden we oefenden in het scherp schieten.
Gelukkig was het niet alleen dienst. Ik kon ook de stad in die vol leven was. Alle bioscopen bezoeken met fantastische films. En door de Kalverstraat flaneren met een beeldschone Amerikaanse nurse. Hoe het afliep weet ik niet meer, ik was een groentje en ze zal me ook wel te jong hebben gevonden.
Het was een groot feest en heerlijk was het gevoel vrij te zijn. Dat deed ook vergeten dat ik nog steeds in twijfel was over mijn vader, die in 1942 gearresteerd werd en afgevoerd naar het vernietigingskamp Neuengamme. We hadden wel een overlijdensbericht gehad, maar toch, je blijft tegen beter weten in hopen. Ik had mij intussen ook opgegeven voor de Expeditionaire Macht, om in Engeland opgeleid te worden voor Indië. Japan moest nog verslagen worden, dat betekende wachten op een oproep.
Het laatste oorlogsjaar zat ik in de hoogste klas van mijn school en moest dus eindexamen doen. Zo tussen de bedrijven door kwam ik op school. In Duits was ik slecht. Een leraar, niet de Duitse, drukte mij een vel papier in handen en zei: ‘Leer dit uit je hoofd.’ Het resulteerde in een voldoende.
Hoe beschrijf je zo’n periode? Ik vond het heerlijk. Elke dag wat anders, zonder te weten wat de volgende dag zou brengen, dat was pas leven. Wat zou ik het graag nog eens over doen. maar dan wel meer willen weten en wat meer volwassen zijn.
























































































