65 Jaar Bevrijding

Lettergrootte:    
Uit mijn kinderboek
01-06-1945
Er is al heel lang niet in je boek geschreven, Ruud, maar er is ook zo ontzettend veel gebeurd, zoowel in ons eigen leven als in de buitenwereld. Je bent een jaar bij grootmoeder in Amersfoort geweest en het was een jaar voor ons dat ontzettend moeilijk was, wat je later zult begrijpen.

Geen verwarming, geen licht, geen gas. Zelf voelen wij ons nog heel bevoorrecht, want toen de vrede vier mei 's avonds kwam, was er geen familielid bewust te betreuren in onze allernaaste kring. En ik had het idee, dat jij weer gauw naar ons zou toekomen, want we hadden je een jaar niet durven laten terugkomen. Ik zou hier nog veel over kunnen uitweiden maar je boek is natuurlijk geen oorlogsjournaal. Vader schreef een dagboek in de tijd van September tot praktisch aan de bevrijding van ons vaderland; daar zul je veel in kunnen vinden, wat je later groote belangstelling zal inboezemen. Nu komen alleen moederdingen in het vervolg.

De dag dat je thuis kwam was elf mei, 's avonds om twaalf uur. Je was met een Canadeesche auto meegekomen en je had de beroemde Monty-cap op je hoofdje. Maar het was of je gisteren was weggegaan, zoo vertrouwd en gewoon stond je naast mijn bed in het schemerlicht van de acculamp.

Het eerste wat je zei, was: 'Moesje, vind jij de Tommies aardig,' als om de politieke stemming te toetsen. Het was een beetje een onwezenlijk geheel, toen die twee Canadezen later boven nog met mij spraken. Toen zij Grootmoeder hier de vorige dag afhaalden, zei een van hen tegen mij: 'Who is that?,' wijzend op jouw portretje. Waarop ik vertelde dat jij mijn oudste zoon was, die ik in een jaar niet had gezien, en toen klonken de haast legendarische woorden: 'Well, do you want your son back? You will have your son back.' Je stond dus ook inderdaad de volgende dag voor mijn neus.

In de drie weken, dat ik je hier meemaakte, waren eigenlijk zoveel lieve dingen om te memoreeren, dat ik werkelijk niet weet waarmee te beginnen.

Op een keer, toen mijn bed boven was opgemaakt en je naar boven kwam en mij zag zitten, zei je, wijzend op mijn wangen: 'Moesje, wat zijn je wangetjes rood, nu word je vast wel gauw beter.'

Een andere keer hoorde ik je roepen in de tuin, - ik genoot eigenlijk alleen al van je stemmetje - 'Ik wil met mijn eigen Vadies spreken.' In gedachten zag ik je hierbij met een enthousiast rood kleurtje en druk gesticulerend in gedachten.

Toen ik je vertelde, dat je over een tijdje weer naar Amersfoort terug zou gaan, scheen je het er eerst niet erg mee eens te zijn, je was nu net weer hier ingeburgerd. Maar toen ik je vertelde dat je kleine zusje mee ging, was je ineens een ander jochie.

Je bent nog steeds in het rijk van de fantasie. Laatst zei je: 'Moeder, ik word generaal.' Toen antwoordde ik :'Ja maar Ruud, Moesje vindt het niet zo prettig als je dan maar steeds bommen moet gooien.' Waarop jij vol verrukking zei: 'Ja, maar dan toch alleen op Duitsche gebouwen' en als om je bewering te staven: 'Boyke zegt dat alle Duitschers dood moeten.' Ik was wel erg ontzet over deze abrupte uitstpraak.

Zelf ga ik nu morgen weg (ed: naar het ziekenhuis), dan komt er een hele periode dat ik jullie niet kan zien, maar ik vertrouw erop om later als gezonde moeder weer bij jullie te zijn en dat wij dan met zijn vieren een goed geheel zullen vormen.

 
Tijdlijn
  • 1943
  • 1944
  • 1945
  • 1946
  • 1947
  • 1930 - 1939
  • 1940 - 1949
  • 1950 - 1959
  • 1990 - 1999
  •