De spoorwegstaking van 17 september 1944 betekende voor mijn vader onderduiken en voor het gezin Hongerwinter. Medio februari, toen, de hongersnood vooral in het westen zeer hoog was, bereikte mijn vader het bericht dat de Duitsers per 1 maart de IJsselbruggen hermetisch zouden afsluiten. Toen namen mijn ouder een zeer fors besluit.
Op zondag 25 februari 1945 vertrokken wij met een fiets, een koffer, een tas en onze laatste mondvoorraad bestaande uit een trommeltje met gekookte capucijners en een heel gesneden brood. Dat had mijn moeder gekocht van een bakkersknecht uit onze straat voor 100 gulden!
De eerste dag bereikten wij Soest, waar mijn moeder een meisje aansprak of zij een overnachtingsadres wist. O ja hoor, komt u maar mee. Een lege manufacturenwinkel met gastvrije mensen. Gegeten en geslapen in een in zeer vele opzichten warm huis!
Dag twee kwamen we niet verder dan Hoevelaken, na in Amersfoort dwars door een razzia te zijn gelopen. Geslapen op een boerderij in de hilde boven de koeien. Dat was dan ook de enige warmte.
Dag drie bracht ons bij een tante en oom in Apeldoorn, zelf evacués uit Arnhem. Ook daar werden wij zeer gastvrij ontvangen.
De vierde dag, woensdag 28 februari, bracht een boer die nar Zutphen moest om aardappels te halen ons met paard en wagen over de IJsselbrug en bereikten wij rond twee uur Warnsveld. Binnen een half uur wist het hele dorp dat Anne, Gerrit en Henk uit Haarlem er waren. Geen honger meer en we overleefde veertien dagen voor de bevrijding het neerstorten van een V1 in het dorp waarbij tientallen doden vielen.
Bij de nadering van de Canadezen verbleven wij met zes personen al ruim twee dagen in de kelder van de boerderij van mijn grootouders – hartje dorp – toen wij plotseling de klink van de voordeur hoorden en zeer vele en snelle voetstappen. Negen Canadese infanteristen en een sergeant van de Novia Scotia fuseliers van het Tweede Canadese Leger stonden op de deel!
Zij werden door mijn grootmoeder voorzien van bekers melk en een dubbele snee brood. Er was melk genoeg want de koeien stonden al op stal. En weg waren ze, na enkele door mijn grootvader met handen en voeten gegeven adviezen. Rond Zutphen is in die vijf dagen hevig gevochten en het dorp zat vol fanatieke SS-sluipschutters.
En nu nog zal ik nooit een gedenkteken zomaar voorbij lopen of dat nu in Holten is of Aurora (Ontario) of het Nationale Monument 1914-1918 en 1940-1945 voor het parlementsgebouw in Ottowa.























































































