65 Jaar Bevrijding

Lettergrootte:    
Te laat
1944 tot 1945
In november van het jaar 1938, een week na de Kristallnacht, werd mijn vader, een jongeman van negentien jaar, door zijn ouders uitgezwaaid op de boot naar Mexico. Daar zou hij werkervaring op gaan doen. Van daar ging hij in september 1941 naar Canada, waar hij zich bij het leger aansloot.

In december van hetzelfde jaar staken zij over naar Schotland en daar werd de Irene-brigade opgericht. Mijn vader werd signaller. Via sporadische berichten van het Rode Kruis hoorde mijn vader, dat zijn ouders en beide zusters naar Westerbork waren getransporteerd.

In de zomer van 1944 ging hij mee op de boot naar Normandië. Op de boot zei de commandant tegen mijn vader: ‘Jongen, nog een paar maanden, dan eet jij weer gemberbolussen in Amsterdam.’ Blijkbaar had de man gezien dat mijn vader een jood was.

Voordat het zover was, volgde er nog een veldtocht van negen maanden om te helpen het vasteland van Europa te bevrijden Op Yom Kippoer 1944 vierde mijn vader de eerste joodse synagoge-dienst in de leeggeroofde sjoel in het plaatsje Greve in het bevrijde zuiden van Nederland. Daar ontmoette hij zijn neef, die hem vertelde dat zijn familie van wie hij al lang niets meer had vernomen, weggevoerd was naar het concentratiekamp Bergen-Belsen. Mijn vader had op dat moment geen enkel idee wat dat betekende.

Gedurende de Hongerwinter van 1944-1945, toen het noorden van Nederland nog niet bevrijd was, moesten zij op Walcheren de kust verdedigen tegen mogelijke invallen van de Duitsers uit Schouwen-Duiveland. Na de winter leverde zijn brigade in de Betuwe bij Hedel de laatste veldslag.

Rond diezelfde tijd werd het concentratiekamp Bergen-Belsen bevrijd. In de Engelse kranten, die mijn vader en zijn brigade lazen, verschenen de afschrikwekkende beelden van het net bevrijde kamp. Langzaam werd duidelijk wat voor catastrofe zich onder de joden in Europa had afgespeeld.

Mijn vader wilde onmiddellijk naar het kamp toe om te zien hoe het met zijn familie ging. Pas nadat hij dreigde te zullen deserteren, kreeg hij toestemming van de legerleiding. Samen met de legerrabbijn is hij op 1 mei 1945 naar Bergen-Belsen afgereisd. Hij ging er op zoek naar zijn ouders en zusters. Men wist hem te vertellen dat zijn vader en diens broer waren gestorven, bezweken aan de vlektyfus. Zijn moeder en zusjes waren samen met andere Nederlandse joden door de Duitsers vlak voor de bevrijding op een trein gezet, vermoedelijk om te kunnen dienen als ruilobject.

Enkele weken later hoorde mijn vader dat zij uiteindelijk op 23 april, op mijn vaders verjaardag, in Tröbitz, Oost-Duitsland, door de Russen waren bevrijd. Helaas stierf zijn moeder daar op 9 mei alsnog, ernstig verzwakt door de vlektyfus.

Op 4 mei reed mijn vader terug vanuit het concentratiekamp het brigadekamp in. Daar riep de commandant hem toe, dat de Duitsers hadden gecapituleerd. Mijn vader dacht toen: ‘Voor mij toch een beetje te laat’.

 
Tijdlijn
  • 1940
  • 1943
  • 1944
  • 1945
  • 1946
  • 1930 - 1939
  • 1940 - 1949
  • 1950 - 1959
  • 1990 - 1999
  •