In de oorlogswinter toen het voedsel echt schaars werd, namen sommige werkgevers maatregelen om hun medewerkers aanvullende voeding te bezorgen. Langs die weg kreeg mijn vader van Hoogovens levertraan. Ik denk dat hij zelf liever doodgegaan was dan levertraan tot zich te nemen, maar voor ons kinderen was het een uitkomst. Ik zie nog helder voor me hoe ik ‘s avonds met mijn oudere broer Tonnie in een vrijwel donkere kamer, alleen verlicht door een of meer oliepitjes bij de schuifdeuren tussen voor- en achterkamer sta. Die deuren waren dicht, want het was winter en het noodkacheltje gaf niet veel warmte. Mijn moeder houdt triomfantelijk de vierkante levertraanfles omhoog. Voor Tonnie en mij schenkt ze een kopje levertraan in dat we gulzig opdrinken. Heerlijk vond ik het. Het hongergevoel dat de hele dag gezeurd had was meteen weg en nu kon ik lekker naar bed. Ik heb onlangs nog een slokje levertraan genomen (de poezen krijgen dit omdat het goed voor hun vacht zou zijn) en ik moet zeggen dat ik het niet echt smerig vond.