65 Jaar Bevrijding

Lettergrootte:    
Pasen 1945
04-1945, Omgeving Zelhem
Op Stille Zaterdag kwam de Achterhoek in de frontlijn te liggen. De meeste bewoners zijn naar het platteland zijn gevlucht. Elke boerderij, elk huis in de vlakte, herbergt vluchtelingen en is op zichzelf aangewezen, omdat alle verkeer op de wegen door jachtvliegtuigen is stilgelegd.

Ons huis ligt precies tussen twee batterijen in. We weten niet of we blijven zullen of weggaan. Een Duits officier raadt ons aan te gaan. Een ander vindt, dat we even goed blijven kunnen, omdat het nu nergens meer veilig is. Hij vindt de kelder een vrij goede schuilplaats. We besluiten te blijven en richten de kelder in als woon- en slaapgelegenheid.

Tegen de avond wordt het schieten van de Duitsers heviger, maar de Engelsen beantwoorden het vuur niet. Om drie uur worden we wakker van een hevig luiden van de bel. Vluchtende troepen vragen om onderdak. Ze vorderen de huiskamer en willen brood en koffie en matrassen om op te slapen. Als we aan hun verlangen hebben voldaan, kunnen we weer gaan slapen. Het schieten is nu opgehouden.

’s Morgens is er niets dat aan Pasen herinnert. De eerste geruchten van buiten dringen tot ons door. Overal hebben ze bezoek gehad van vluchtende Duitsers, maar overal zijn ze weer vertrokken. Er is veel gestolen, veel paarden en wagens zijn meegenomen.

De Engelsen trekken om onze buurtschap heen; twee kilometer verder is de weg, die langs ons huis loopt, in geallieerde handen. We zijn bijna ingesloten! Maar de Duitsers weten van niets. Als ze wakker worden, laten ze een ontbijt klaarmaken, met eieren, op een gedekte tafel. Het is Pasen en voor hen misschien wel de laatste.

Intussen komt er bericht dat twee Engelse tanks op weg naar ons toe zijn. Het begint er gevaarlijk uit te zien. Een van de Duitse officieren wil naar Zelhem om bevelen te halen, maar Zelhem is niet meer te bereiken. De Duitsers besluiten school en huis tot het laatst te verdedigen en zich dan eervol over te geven.

Uit erkentelijkheid voor onze moeite krijgen we de raad het huis te ontruimen en zoveel mogelijk in veiligheid te brengen. Net op het moment, dat we aan de grote meubelen zullen beginnen, komt er een boodschap van de commandant. We kunnen de verhuizing wel staken; ze zien nog een kans om te ontkomen in de richting van Doetinchem. Ze gaan weg! We slaken een zucht van verlichting.

Wij zijn vrij, maar zolang we onze bevrijders niet hebben gezien, geloven we het niet. Als we ons huis weer enigszins bewoonbaar hebben gemaakt, gaan we in de late namiddag even naar het dorp.

Onderweg zien we de eerste Engelse colonnes. Als we verrast zwaaien, krijgen we een vriendelijke groet terug. In het dorp zijn de meeste bewoners nog niet teruggekeerd. Er is een post van het Militaire Gezag, mannen en jongens met Oranje banden lopen af en aan. De kerk ligt in puin, maar van de kleine toren, die is blijven staan, wappert fier de Nederlandse vlag.

We zijn vrij! We zijn werkelijk vrij! Aan de avondmaaltijd is er tijd om de Paasgeschiedenis te lezen. Met dankbare ontroering horen we de welbekende aanhef: ‘En laat na den Sabbathdag, als ’t begon te lichten’. Het aanbrekende licht van deze Paaszondag was voor ons het bevrijdingslicht, waar we zo lang naar hebben uitgezien.

 
Tijdlijn
  • 1943
  • 1944
  • 1945
  • 1946
  • 1947
  • 1930 - 1939
  • 1940 - 1949
  • 1950 - 1959
  • 1990 - 1999
  •