65 Jaar Bevrijding

Lettergrootte:    
Nooit meer oorlog
05-04-1945, Almelo
De oorlog is voorbij, zomaar ineens. Ik ben vier en een half en begrijp het niet. Wat oorlog is, weet ik niet precies, maar ik weet wel dat oorlog er altijd is. Altijd en overal, net als God.

De grote mensen praten over niets anders. Oorlog zit  in schemer en duisternis, kou en winter, mensen in donkere jassen. Geen licht op straat, zwart papier voor de ramen, fietslantaarns waar een kiertje licht uit komt. Ook duisternis in huis: donkere meubels, bruin behangpapier, de zwarte kachel die niet brandt, de zwakke lamp boven de tafel, de brandende kaarsen. Slapen op matrassen in de kelder. Wonen in de keuken, waar het warm is en gezellig en het houtkacheltje brandt.Mijn vader die zich ergens in huis verstopt: je ziet hem niet, maar je hoort hem soms praten.
Op een dag zijn de Duitsers – die er in mijn beleving altijd waren - weg. Zo stonden ze nog te praten bij de garage op de hoek en nu ineens zijn ze verdwenen. ‘Terug naar Duitsland,’ zegt mijn vader, ‘die komen nooit meer terug.’ Dat vind ik wel gek, dat kan eigenlijk niet.
 
Die nacht wordt er voor ons huis geschoten. Dat is nog nooit gebeurd. Er zit een kogelgaatje in ons raam en mijn vader laat mij de platte kogeltjes zien die op de stoep liggen. In de tuin van de buurman ligt een dode man, met een jas aan, maar zonder hoed. Niet kijken, doorlopen, zegt mijn vader.
 
En dan is het er ineens: de bevrijding, een nieuw woord, een toverwoord. De zon schijnt, de straat is vol blije mensen en ja, daar komen ze voorbij, de Canadezen, een nieuwe mensensoort, niet met helmen, maar met baretten, achter op het hoofd. En plotseling een jeep waarin een Canadees met een bril. ‘Prins Bernhard! Prins Bernhard!’, roept iedereen. Dat is dus de toverprins die bij de bevrijding hoort. Ik vind dat hij er niet uitziet als een echte prins. Hij is trouwens zó voorbij. Maar de zon blijft schijnen, de wereld is licht een vrolijk geworden, zonder Duitsers. Is dat de bevrijding?
 
‘Papa, wordt het nu nooit meer oorlog?’ ‘Nee Fritsje, het wordt nooit meer oorlog.’
 
Mijn vader en ik gaan overal kijken. Ik zie voor het eerst de kapotte huizen. We gaan ook naar het bos. Daar ligt een grote ijzeren rups, de kapotte startbaan van de veejeens (V 1’s). Maar het meest ben ik onder de indruk van de vernielde kanaalbrug die half in het water hangt, heel vreemd, met balustradestangen als de snaren van de banjo van mijn Rotterdamse neef die in de hongerwinter bij ons logeerde: de banjobrug! Ik ben er nog dagenlang vol van.

 

 
Tijdlijn
  • 1943
  • 1944
  • 1945
  • 1946
  • 1947
  • 1930 - 1939
  • 1940 - 1949
  • 1950 - 1959
  • 1990 - 1999
  •