65 Jaar Bevrijding

Lettergrootte:    
Minister-president Gerbrandy bestuurt het land vanuit Londen
1944 tot 1945, Londen
Een kleine twee weken na het uitbreken van de oorlog, vertrekt de Nederlandse regering vanuit Hoek van Holland met een Engelse torpedobootjager naar Londen. Ook koningin Wilhelmina verlaat, met tegenzin, het land en vestigt zich in de Britse hoofdstad. Pieter Gerbrandy is een van de ministers in het Londense kabinet. In zijn paspoort staat het stempel van de Immigration Officer op 14 mei 1940, de dag waarop het kabinet in Engeland arriveert. In september 1940 benoemt koningin Wilhelmina Gerbrandy tot minister-president.

Eind november 1944 brengt Gerbrandy vanuit Londen een bezoek aan het bevrijde deel van ons land. Hij maakt een uitgebreide rondgang langs allerlei gemeentes, van Sluis in Zeeuws-Vlaanderen tot Maastricht. Gerbrandy wil tijdens zijn bezoek een inventarisatie maken van de stand van het land. Dit doet hij door met zowel burgerlijke als militaire gezagdragers gesprekken te voeren en gebieden te bekijken. Zijn bevindingen noteert hij in een geheime notitie van maar liefst 33 pagina’s, die alleen bestemd is voor Koningin Wilhelmina en voor de ministers van zijn kabinet.

Gerbrandy signaleert een aantal grote problemen die in het bevrijde gebied spoedig opgelost moeten worden. Naast problemen op het gebied van de voedselvoorziening, de huisvesting en de  infrastructuur merkt Gerbrandy op dat ook de net ingestelde Nederlandse Binnenlandse Strijdkrachten een probleem opleveren. Hij betreurt het dat een aantal ‘bedenkelijke elementen’ deel uit maakt van de NBS. Deze lieden roven geld en goederen en hebben geen boodschap aan burgerlijk of militair gezag. ‘Onder het motto dat men slechts onder de bevelen van Prins Bernhard stond’ lijkt van alles geoorloofd, zo noteert Gerbrandy.

Verder signaleert hij, wordt er ‘zeer veel gestolen en geplunderd door de Geallieerde troepen. Op den vergadering van burgemeesters uit de omgeving van Nijmegen bleek o.a. dat bij 8 van 17 burgemeesters de gemeentekas was weggehaald. Elders werden brandkasten opengebroken en leeggehaald, terwijl de inventaris van gerequireerde woningen steevast verdwijnt.’  Klachten bij de betrokken officieren hadden soms wel geleid tot disciplinaire straffen, ‘doch veelal kunnen of willen zij de boosdoeners niet vervolgen bij gebrek aan voldoende gegevens.’ Het Militair Gezag doet volgens Gerbrandy zijn best om beide soorten klachten onder de aandacht te brengen van de geallieerde legerleiding, maar tot nu zonder veel succes.

Zowel de minister-president als de koningin spreken hun landgenoten moed in via Radio Oranje. Op 6 april 1945 houdt Gerbrandy zijn laatste rede voor de microfoon in Londen. Grote delen van Nederland zijn al bevrijd en hij wil de mensen laten weten hoe de zaken er vanuit de optiek van de regering voor staan. De premier spreekt zijn volk voor een laatste maal moed in: ‘Gemarteld volk van Nederland, het ontzet nadert!’

 
Tijdlijn
  • 1940
  • 1943
  • 1944
  • 1945
  • 1946
  • 1930 - 1939
  • 1940 - 1949
  • 1950 - 1959
  • 1990 - 1999
  •