65 Jaar Bevrijding

Lettergrootte:    
Man over boord!
12-1945
Jaarwisseling 1945/46: repatriëring van Java naar Nederland, aan boord van de Boissevain.

Het leven werd een saaie routine, tot in de Indische Oceaan op een dag met kalme vlakke zee een dikke man - de kapitein bleek later - langs holde, in paniek roepend ‘Man over boord!’. Het vervolg van dit verhaal behelst het afschuwelijkste en meest onzinnige ongeluk dat ik ooit zag. Wij holden uiteraard direct naar de ramen. Vooraan kreeg ik regelrecht zicht op wat er zich toen afspeelde. 

De boot maakte een grote bocht terwijl er een inderhaast neergelaten motorsloep met een man of zes naar de drenkeling voer. Deze was volgens het verslag zichtbaar  door de hem omringende dolfijnen, maar toch nog een respectabel eind weg.

Wij zagen de reddingsboot terugkeren met een triomferende bemanning en de natte jongeling. Inmiddels had men de grote houten looptrap naar beneden gelaten, zodat men zich naar boven kon begeven en de boot weer kon ophalen. Tot mijn stomme verbazing liet men zich - uit een soort overmoed denk ik - gezeten in de reddingsloep ophijsen.

Hoewel de zee kalm was stond er toch een lange, nauwelijks merkbare  deining. Ter hoogte van  ons dek begon de sloep met inhoud te slingeren, steeds heftiger. Er ontstond paniek onder de redders. Een van de mannen - ik meen degene die uiteindelijk het slachtoffer werd - probeerde met een bootshaak een enorme klap van de sloep tegen de scheepsromp te vermijden. De voorste kabel knapte en het gevaarte plompte voorover met man en al terug in zee.

Na enige adembenemende en bloedstollende ogenblikken zagen wij iedereen ogenschijnlijk gezond en wel weer naar boven komen, dachten we. Tot  recht onder ons een man  in nood bleek te verkeren. Hij  greep in paniek blindelings om zich heen. Iets zwaars bleek hem op het hoofd getroffen te hebben.

Iemand sprong van een lager gelegen dek in zee en probeerde hem te grijpen, maar het slachtoffer was zo in paniek dat de redder hem tenslotte moest loslaten wilde hij niet zelf mee de niet zelf mee de diepte in getrokken worden.

Hij hees zich in een reddingsboei die hem toegeworpen werd. Niemand sprong hem na om opnieuw een poging te wagen. Vermoedelijk konden ze het slachtoffer niet meer zien. Maar, omdat wij zo hoog stonden was het zicht de diepte in beter dan zo vlak erboven. 

De gewonde man zonk dieper en dieper, zijn bewegingen vertraagden tot wij hem met gespreide armen stil verder zagen zinken, zijn dood tegemoet. En dat terwijl, vlakbij nota bene, de looptrap nog steeds tot het water reikte. De rest van de reddingsoperatie heb ik niet gezien. Ik liep er van weg, dus weet ik ook niet hoe men uiteindelijk aan boord gekomen is.

Zoals ik al zei: het was, in mijn ogen, het meest onnodige en onzinnige ongeluk, dat er maar kon geschieden. Het opschrijven hiervan kost me nu de nodige huivering.

Wel hoorden we nog  dat de vriend van het slachtoffer ‘s avonds de drenkeling had willen aanvallen, omdat hij meende dat de knaap door onvoorzichtigheid in zee was gevallen. Hoewel ik van het verdrinken zelf getuige was geweest, las ik later dat men nog uren gezocht heeft om de man te vinden.

 
Tijdlijn
  • 1943
  • 1944
  • 1945
  • 1946
  • 1947
  • 1930 - 1939
  • 1940 - 1949
  • 1950 - 1959
  • 1990 - 1999
  •