65 Jaar Bevrijding

Lettergrootte:    
Terug naar Bandoeng
05-11-1945
Wat een gekkenhuis was ‘t plotseling. Na jaren van opsluiting, vernedering en willekeur van onze bezetters waren we vrij! Vier jaar hadden we niets gehoord van onze mannen. Leefden ze nog? Wisten ze waar wij zaten? Zouden we ze ooit terugzien?

De 'vrijheid' was van korte duur. Weer werd ik in het kamp gesloten. Het 'merdeka' en 'blanda moesoe' (blanke vijand) hoorden we, de pemoeda’s stonden met spitse stokken klaar om ons om te brengen. Onze ex-vijand, de Japanner, werd onze vriend en verdediger - uit onze tuin schoten ze naar de gillende pemoeda’s. Binnen blijven dus. 

Op een dag kreeg ik een bericht van mijn man: hij was in Bandoeng, woonde in de Riouwstraat in 'Huize Kersana'. Wat er toen door me heen ging is met geen pen te beschrijven. Vier lange jaren had ik Max niet gezien. Hij wist dat hij een dochter had, meer wist hij ook niet van ons af. Toen ik tegen Emy zei: 'Nu komt pappie ons halen en dan gaan we in een groot huis wonen', onderbrak ze me en zei heel ernstig:  'Dat kan niet, want pappie kan niet lopen, hij heeft geen ammeltjes en geen voetjes. 'Pappie' was voor haar een klein fotootje van haar vader, dat ik haar geregeld liet zien. Alleen zijn hoofd en schouders waren daar op te zien. Een kind van drie jaar dat zoiets opmerkt! Ik was er ontroerd van.

Ik ging met Emy alleen naar Bandoeng. Op 5 november 1945, bijna drie maanden na de ‘bevrijding’, was het zover. Ik was nog maar 32 jaar, woog 39 kilo, mijn haar was tot aan mijn schouders gegroeid. En zó moest ik bij mijn man aankomen. Een Chinese vrouw, die geregeld in ‘t kamp kwam met iets lekkers voor ons, zei dat ze mijn haar kon permanenten.  Betalen hoeft niet, zei ze erbij. Wat ‘n weelde. Wat een lieve mensen wa­ren die Chinezen en de Indonesische vrouwen, ex-bediendes van Sema­rang-gezinnen. Ze hadden diep medelijden met ons en verwenden ons met hapjes en pisang-blaadjes met eten.

De reis van ons duurde minstens zes uur, schokkend vooruit, bij elk smerig stationnetje stoppend. De kampongs waar we langsreden stonden vol met kerels met stokken en priemen die schreeuwden ‘blanda mati’ (dood aan de blanken). Om zes uur reden we station Bandoeng binnen. De volgende ochtend werd ik naar ‘Huize Kersana’ in de Riouwstraat gebracht.

Toen we bij de deur stonden, zag ik drie mannen zitten met bloot bovenlijf. Max herkende ik niet, maar degene die mij zag staan zei ‘Verdorie Max, ik geloof dat je vrouw daar staat’. Toen vielen we elkaar na vijf jaar in de armen. Hij was bezweet en bloot, ik had al die tijd geen man aangeraakt. Totaal verdoofd was ik, totdat ik een gillend kind aan me voelde trekken en roepen: ‘Ga weg van mijn mammie.’ Die arme Emy, wat een ervaring voor haar! En wat een zegen dat ze niets, maar dan ook niets weet van die tijd.

 

 
Tijdlijn
  • 1943
  • 1944
  • 1945
  • 1946
  • 1947
  • 1930 - 1939
  • 1940 - 1949
  • 1950 - 1959
  • 1990 - 1999
  •