65 Jaar Bevrijding

Lettergrootte:    
Opgepakt door pemoeda's, bevrijd door Ghurka's
15-10-1945 tot 10-11-1945, Soerabaja
In de Werfstraatgevangenis in Soerabaja zat ik. Een jongen van vijftien, met veertien mannen in een driepersoonscel. Ongeveer 2450 (Indische) Nederlanders in totaal. Snakten naar zuurstof. Alleen wat waterige boeboer (rijstepap) om te eten. Onzekerheid over het lot van onze familieleden. Angst voor wat ons te wachten stond.

Pemoeda’s (Indonesische vrijheidsstrijders) hadden mij op 15 oktober 1945 bij de Reiniersboulevard opgepakt. We reden nog langs ons huis in de Bothstraat, waar mijn moeder vertelde dat mijn broer René (19) ook was opgepakt. Zij gaf me een vluchttas. En veel geld.

Met twintig Nederlanders werd ik op een vrachtwagen richting de Palmenlaan vervoerd. Mensenmassa's riepen: ’Dood alle Nederlanders. Hak ze in stukjes!’ Bij de Simpang Sociëteit zagen we een afgrijselijk bloedbad. Gelukkig reden wij door naar de Werfstraatgevangenis.

Daar moesten wij uit de laadbak springen: spitsroeden lopen door een woedende menigte met kapmessen, steekwapens en knuppels. Ik durfde niet. Goddank zei de heer Loebry: ‘Geef mij een hand, ik sleep je er wel doorheen.’
In de gevangenis moesten we alles achterlaten, op onze onderbroeken na.

Toen dacht ik: het is toch afgelopen met ons, en ik trok mijn kleren weer aan. Daardoor behield ik mijn geld. Opeens sprak iemand troostend: ‘Ik ken jou. Je bracht vroeger eten voor je broer. Ik breng je wel naar je cel.’ Het was de aardige cipier die ik drie jaar eerder had ontmoet toen René bij de Japanners vastzat.

In de cel ontmoette ik mijn neef Karel. Ik hoorde dat mijn broer in de ziekenboeg lag met een beenwond en dat hij alles kwijt was. Omdat ik per se mijn geld met hem wilde delen, simuleerde ik een verwonding om even bij hem te kunnen komen.

Karel en ik beraamden een ontsnappingsplan. Met een man die kon vechten en iemand die de gevangenis goed kende. Die wist met mijn geld extra eten en een sleutel van de celdeur te kopen.

Tot 25 oktober bleef het rustig. We hoorden dat het Engelse leger zou landen onder bevel van brigadegeneraal Mallaby. Op 28 oktober hoorden we geweervuur en zwaar geschut. Het duurde twee dagen. De Indonesiërs hadden de Engelsen teruggedreven naar de haven. Terwijl ze vochten kregen wij geen eten en drinken. Nadat Mallaby was vermoord zetten de Engelsen veel meer troepen in.

Op 10 november werden we gewekt door granaten en vliegtuigbommen. We waren bang dat de pemoeda's de gevangenis, met ons, in brand zouden steken. Ook zou er vergiftigd eten klaarstaan.

Uren later hoorden we: ‘Ampoen ampoen toean’ (‘Heb medelijden, meneer’), en geweerschoten. En toen: ‘We gaan nu de celdeuren openschieten. Jullie zijn bevrijd!’ Dat was Jack Boer, die tien Ghurka's (Brits-Indische soldaten) aanvoerde. Overal in de gevangenis lagen lijken. De eerste die ik zag, in een plas bloed, was de cipier die mij 'gered' had.

Onze bevrijders hadden een gat in de gevangenismuur geschoten. Door dat gat kropen we naar de vrijheid.

 
Tijdlijn
  • 1943
  • 1944
  • 1945
  • 1946
  • 1947
  • 1930 - 1939
  • 1940 - 1949
  • 1950 - 1959
  • 1990 - 1999
  •