Wij moesten ons voorbereiden op de komst van vijandelijkheden. De grote houtdroogkelder in de fabriek werd ingericht voor een meerdaags verblijf van ons gezin en dat van de buren, waarvan wij jongens ons pas later realiseerden dat er zoveel knappe meiden bij waren.
Op de houten stellingen werden matrassen en geïmproviseerde bedden gelegd Een voorraad aan etenswaar en dranken werd opgeslagen, tafel en stoelen werden geplaatst en als wc een ton. De door broer Theo vervaardigde kristal radio-ontvanger werd van achter het luik in de zoldervloer van de woning gehaald en ging ook mee, zodat wij via radio Oranje op de hoogte konden blijven van de voortgang van de geallieerden.
Enkele fietsen werden ondersteboven op de keldervloer geplaatst, zodat de jongens door met het pedaal de wielen te doen draaien voor een minimale verlichting konden zorgen. Toen kwam het geluid van kanonnen steeds dichterbij. Een houtloods op de werf en de voorgevel van de woning werden getroffen maar gelukkig brak er geen brand uit. Toen het weer stil was ging mijn vader naar buiten.
Hij zag een soldaat in een vreemd uniform die in het Duits informeerde of en waar er nog Duitsers waren. Het bleek een Poolse soldaat te zijn.Wij wilden alles meemaken, gingen dus de kelder uit en de straat op. Daar waren wij er getuige van dat een op een damesfiets voortrijdende Duitse militair met een handgranaat in zijn hand vakkundig door een Poolse soldaat werd neergeknald en dood in een struikgewas neerviel.
De Polen zagen de grote, welhaast lege ruimte van de fabriek en vroegen of ze hier kwartier mochten maken voor hun compagnie. Mijn vader maakte geen bezwaar. Ook in de woonkamer kwamen soldaten te liggen en een officier, Marciniak, kreeg huisvesting in de enige in het huis nog ter beschikking staande kamer. Mijn moeder vond al die mannen in huis maar niets en hield angstvallig mijn 20-jarige zus evenals onze jongste Liesje in de gaten.
Met de soldaten kwam ook de compagnieskeuken en het sprak voor de kok als vanzelf dat ons gezin daarvan mocht mee-eten: heerlijke en overvloedige rijst met krenten, grote plakken chocolade, blikjes cornedbeef ,witbrood, warme chocolademelk en wat al niet meer.
Breda was inmiddels helemaal in handen van de Polen. Onze Polen vochten hard en de gesneuvelde kameraden kwamen in een paardendeken gewikkeld ‘s morgens in een weapon-carrier bij ons terug. Ze kregen een ceremonie op de werf, waarbij saluutschoten werden gelost. Daarna werden zij op een akker van boer Kleemans, naast ons bedrijf, in de paardendeken begraven. Deze plaats zou later zal uitgroeien tot de grootste Poolse nationale begraafplaats in Nederland.
Onze dankbare buren hebben op een dag ergens in 1945 bij de ingang van de kelder een hardstenen plaquette laten aanbrengen met de vermelding: ‘28 october- 4 november 1944’.























































































