Heel trots en op z'n Paasbest, omdat ik door m'n moeder in het nieuw was gestoken met een zelfgemaakt matrozenpakje. Aangekomen in de Mr. Loeffstraat ontmoetten we 'Bultje Claassen'.
Erg genoeg dat hij toen die scheldnaam had en ter verduidelijking: vooral na de oorlog was het schrijnend tekort aan goede voeding en vitamines op straat erg zichtbaar. Engelse ziekte, kippenborst, gekromde ruggen, bochels en andere afwijkingen waren toen 'de orde van de dag'.
Mijn vader groette hem joviaal 'goeiemorgen mijnheer Claassen, nog 'n zalig Pasen.' 'Goeiemorgen Sjef, insgelijks', was zijn reactie. Na het passeren keek ik met verbazing de heer Claassen na en vroeg: 'Pa, leg eens uit, wat heeft die man toch in hemelsnaam op z'n rug verborgen?'
'Stil toch!' reageerde mijn vader op fluisterende toon en drukte behoedzaam z'n wijsvinger tegen zijn mond. 'Stil...toch...stil zijn jongen, voorzichtig... want het is... 'n geheime zender!!























































































