65 Jaar Bevrijding

Lettergrootte:    
Een foute neef op de stoep tijdens de Bevrijdingsdagen
1945, Leiden
De jeugd van mijn neef Bertus was een zware. Als kind vluchtte hij met zijn ouders, mijn oom Bernhard en tante Anna en broer Klaas naar Rusland. Oom Bernhard was een anarchist en had zich schuldig gemaakt aan majesteitsschennis waarvoor hij werd vervolgd.

Uit correspondentie met mijn vader bleek, dat oom Bernhard in Rusland contact had met Trotsky. En dat het gezin, zo maakte hij op uit de verhalen, een sprookjesachtig leven leidde: zij hadden een kasteel toegewezen gekregen en personeel. Zoals bekend vluchtte Trotsky naar Amerika en mijn oom vluchtte mee. Hij is overleden, maar zijn dood blijft in nevelen gehuld. Tante Anna keerde met beide zoons terug naar Amsterdam.

Op het moment dat Nederland zich opmaakte om het eerste bevrijdingsfeest te gaan vieren, belde op een late avond een vies, verwaarloosd figuur aan. Het was Bertus. Stinkend en onder de luizen. Mijn vader wilde hem wegsturen, maar mijn moeder wilde hem helpen. Hij mocht blijven slapen, mits hij vroeg in de ochtend zou vertrekken. Op de zolder zette ze een teil met heet sop neer en Bertus werd ontluisd. Ik wikkelde zijn vuile lompen in een juten zak en bracht die in het donker naar de gracht waar ik ze in kieperde.

Die nacht vertelde Bertus wat hem was overkomen. Hij had trouw gezworen aan Hitler. Hij was met zijn compagnie in Rusland aan het vechten totdat zij naar de kazerne geroepen werden. Daar werd hen verteld dat Hitler was gestorven en dat Dónitz hem zou opvolgen. Zij moesten daarom deze Dónitz trouw zweren. Daarvoor kregen ze tot de avond de tijd. Bertus wilde niet strijden onder een andere leider en hij had zijn vonnis niet afgewacht. Hij wist op een of andere manier wat burgerkleren te pakken te krijgen en in een treinwagon te komen. Zijn uniform had hij weggegooid.

Hij wist tijdens de grote verwarring tot het Duitse grensgebied bij Twente te komen, maar wat nu? De Duitsers hadden op het laatste moment alle Hollandse paarden bij elkaar gedreven en meegenomen naar Duitsland. Die paarden moesten nu weer naar Holland terug maar geen enkele Duitser durfde ze terug te brengen. Dat was de kans voor Bertus, hij wilde ze wel terugbrengen. Hij bracht ze over de grens en maakte zelf dat hij wegkwam. Hij ging direct door naar Amsterdam naar ons huis. Nu bad hij ons om een gunst. Of ik hem de volgende dag met de trein naar Leiden wilde brengen daar woonden mensen die hem verder helpen konden. Daar zaten we dan met een directe neef die SS'er was. Hij was zo fout als wat, maar wat te doen? Hem aangeven of hem helpen? Dat was op dat moment zeker als landverraad aan te merken. In uiterste nood heb ik hem toch naar Leiden gebracht – met de trein over een nog flink gehavend spoornet.

In Leiden aangekomen liepen we tot een kanaal met een schuin talud. Daar ging Bertus liggen. Hij noemde het adres van een man met net zulk rood haar als hijzelf. Die man moest ik naar hem toebrengen. De man was niet thuis en ik ging onverrichter zake terug. Daar zat Bertus in druk gesprek met de roodharige man. Bertus had hem over de brug zien aankomen. Na kort met hem te hebben gesproken, moest de man even weg.

Toen hij terugkwam, zei hij dat Bertus bij hem kon slapen. Op een of andere manier vertrouwde ik de man niet, maar hij drong er op aan dat ik ook zou blijven. Ik wilde perse de trein terug halen. Nooit heb ik meer iets van Bertus gehoord.

Later vernam ik dat de roodharige man een verzetsstrijder geweest was. Eenmaal vertelde iemand dat Bertus dood zou zijn. Er werd gepraat over een ongeval, in de mijnen of moest hij landmijnen ruimen? We zullen het niet weten.

 
Tijdlijn
  • 1943
  • 1944
  • 1945
  • 1946
  • 1947
  • 1930 - 1939
  • 1940 - 1949
  • 1950 - 1959
  • 1990 - 1999
  •