Ze liepen niet, ze sjokten, bepakt en bezakt, en ze leken me oud en vermoeid, mannen van veertig, op de terugtocht, een treurig gezicht.
Er werd aangebeld; het was een soldaat die vroeg om naar de wc te gaan. Mijn vader wees hem de weg.
Mijn ouders dachten dat het beter was in de garage te gaan: dit was een kolos van gewapend beton die mijn vader, met vooruitziende blik, in 1936 had laten bouwen, bestand tegen kogels, granaatscherven en misschien ook brandbommen. Samen met de buren en hun evacués uit Limburg zaten we in de garage.
In het huis van de buren hadden zich twee Duitse soldaten verschanst. Om ze minder krijgshaftig te stemmen, had onze buurman ze een overgebleven fles wijn gegeven.
De voorgaande week hadden we in de verte uit het Zuiden al wel kanongebulder gehoord. Zou dit de bevrijding zijn? In de garage hoorde je wel af en toe een schot, maar het had niets van de heftige strijd die ik had verwacht. Met mijn acht jaar was ik eigenlijk zwaar teleurgesteld door die enkele plofjes die je hoorde.
Op welk moment wij uit de garage kwamen herinner ik me niet. Wel dat er op een gegeven moment tanks door de straten kwamen rijden, zoiets had ik nog nooit gezien. Ze gingen richting Groningerstraat. Uit een raam op de bovenverdieping van het huis van de buurman hing een groot wit laken: de Duitse soldaten die zich overgaven.
Vlakbij ons huis was het Concerthuis, waar de Duitsers de hele oorlog in hadden gezeten. Omdat er allerlei mensen naar binnen gingen, liepen mijn oudere broer van twaalf en ik er ook heen. Binnen lag er van alles: ook pistolen en kogels. De evacué van onze buurman had er zelfs een motor vandaan gehaald. Onze belangstelling ging vooral uit naar leren riemen, helmen en rugzakken. Triomfantelijk namen we ze mee naar huis.
De bevrijding van Assen, 13 april 1945, was een feit. Spannende tijden volgden met de Canadese soldaten die chocola en kauwgom uitdeelden.






















































































