Ik zette je broer het mutsje op dat ik speciaal had gebreid voor deze dag met oranje wol uit het geboortepakket. Je broer kon net lopen. Hij trots voorop met dat oranje mutsje met bovenop rood-wit-blauw. Maar toen we de De Roy van Zuidewijnlaan in gingen, begonnen Duitsers ineens op ons te schieten. We zijn in één ruk naar huis gerend. Of er in Breda op straat gedanst is, weten we niet, want wij zaten in angst binnen.
Voor je broer haalden we tot ver na de bevrijding een halfje wittebrood bij twee oude dames die op een bovenverdieping woonden. Wij aten grauw brood, dat lag als een steen op je maag. Je vader moest vluchten voor de Duitsers, daarom waren we begin 1944 vanuit Amsterdam naar Breda gegaan. Toen bleef je broer die allang kon staan de hele dag liggen. De kinderarts gaf me een briefje. Daarop stond wat hij nodig had: wit brood, melk en bouillon.
Bij de slager ben ik in huilen uitgebarsten. Die nam het briefje mee en kwam terug met een lijst adressen waar ik alles kon halen. Bij de één melk, bij de ander vlees en brood bij die dames. Je broer heeft zijn leven aan de communisten te danken, die hadden een illegaal netwerk. Het was in Breda natuurlijk lang niet zo erg als in Amsterdam. Maar ik heb wel een paar kinderen dood zien gaan. Het duurde lang voor we weer van alles hadden. Pas zomer 1949 ging de suiker van de bon.
De kinderarts vroeg me of ik bij het klooster de nonnen wilde helpen. Daar werden kinderen van NSB’ers verzameld. Hun ouders waren opgepakt. Veel kinderen hadden mazelen. Toen kwam er een baby waarvan niets bekend was. Ze was zo zwak. Ik dacht, als ze mazelen krijgt overleeft ze dat niet. Ik heb haar toen mee naar huis genomen. Thuis bleek dat ze al kon lopen. Je broer en ik waren dol op Pieternel.
Na acht maanden kwamen drie kinderen langs die zo gelukkig waren dat ze hun zusje hadden gevonden. Het was een gezin van zes kinderen. De oudste was tien jaar en alle kinderen waren ergens anders geplaatst. Een maand later werd Pieternel, die Paula heette, opgehaald. Wij waren katholiek en zij moest naar een protestants gezin. Na drie weken kwam Pieternel terug met een tas vol prachtige kleertjes. Wat was ik blij met haar! Drie maanden later werd Pieternel weer opgehaald. Ze moest naar een ander protestants gezin. Toen zei ik: 'Ik wil niet weten waar ze heen gaat en ze mag niet terugkomen.' Dat gesol met die kinderen, vreselijk was dat.
Ik was nog heel lang bang dat het weer oorlog zou worden. Met alle angsten die we in Amsterdam hadden. Pas toen de koude oorlog voorbij was, kwam voor mij de echte bevrijding.






















































































