‘Geruchten over vredesvoorstellen aan Engelsen en Amerikanen in de week van 29 april. Maar het wordt door de Engelsen en Amerikanen niet aangenomen. Zij wensen algehele overgave aan de drie grote mogendheden, Amerika, Engeland en Rusland. Maar er is aan de fronten in Nederland rust.
Dat is in het bijzonder ook voor ons Larinezen heel goed, want de evacuatiebevelen lagen al klaar voor velen van ons. Ook hadden de Duitsers stellingen gemaakt op de Smeekweg en IJsbaanweg. Het waren angstige dagen. We waren bang dat het nog erg lang zou duren voor we bevrijd waren. Zaterdag 28 april was het officieel bekend van de vredesvoorstellen aan Engelsen en Amerikanen. Alle mensen waren natuurlijk ontzettend blij, ik zelf ook maar toch was ik steeds bang dat het niet door zou gaan.
Wat dan ook uit bleek te komen. De week die daarop volgde was zoals zovele weken daarvoor erg naar. Het was zoiets van wel vrede geen vrede om beurten. Maar vrijdag 4 mei komende uit Engelse les vertelde een dame ons dat ze door de radio gehoord had dat heel Noord-Duitsland en Nederland zich onvoorwaardelijk overgaven.
We mochten die avond tot 9 uur op straat en we waren net binnen om 9 uur zodat we niet meer verderop konden gaan. Maar om half tien kwamen Betty en Jan en Bertus breed aanzetten en vroegen waarom wij niet op straat waren. Of we niet wisten dat de volgende morgen om 8 uur er vrede zou zijn en dat iedereen in het dorp was en aan het dansen bij het gemeentehuis.
Toen ze dat zeiden gingen wij natuurlijk ook mee en zo wandelden we door het dorp en spraken af even naar Ali te gaan. Toen we daar aankwamen waren al de kinderen op en aan het chocolade drinken en we moesten ook een kopje meedrinken. We hebben om de tafel gedanst en oranje boven gezongen. Zodoende werd het nogal laat en was het reeds donker toen wij weg wilden gaan.
Maar juist toen we de deur uitstapten werd er geschoten vlak in de buurt en steeds maar door. We schrokken zo dat we vlug bij Bets en Jan binnengingen maar het schieten hield niet op en daarom konden Jon en ik niet naar huis. Jon heeft bij Bets geslapen en ik ben op mijn kousenvoeten naar Ali geslopen en heb daar de nacht half wakende doorgebracht. Om 6 uur zijn we vlug naar huis gegaan waar moeder in dodelijke ongerustheid zat te wachten. Het was een echt slot van de bezetting en het was real Moffrikaans.
Om acht uur zou dan de overgave geschieden maar in Laren was er nog geen sprake van vlaggen of iets dergelijks. We hoorden echter dat Hilversum wel vlagde en dus bevrijd was. Wij ’s middags op naar Hilversum. Oranjespeldjes in onze zak en in Hilversum netjes opgedaan. Werkelijk Hilversum was bevrijd, duizenden vlaggen (ook Engelse en Amerikaanse) hingen te wapperen. De mensen wilden niet geloven dat er in Laren nog niet gevlagd werd.
(…)
De volgende morgen gingen wij (Jonnie en ik) om negen uur naar de kerk. En we waren net thuis om tien uur toen er plotseling beweging ontstond op de weg voor ons huis. Wij ook naar buiten. En daar hing de vlag fier wapperend van de kerktoren.
Niemand die het niet zelf heeft meegemaakt, kan begrijpen wat wij ons toen voelden.’
























































































