Ik durfde het mijn moeder niet te vertellen, bang voor straf. Tegen de ochtend viel ik in slaap. Bij het wakker worden zag ik in de stralende zon aan de andere kant van het weiland de tanks van de Canadezen rijden op de Beilerstraat, richting het centrum.
Aan het eind van de ochtend mocht ik met mijn tante mee naar de Brink in Assen. Volop feestvreugde, met voetzoekers. Ik raakte in paniek, dacht dat er weer geschoten werd. Omstanders wisten mij te sussen. Dan opeens liep er een hele rij mensen langs de muur van het provinciehuis (nu Drents Museum) met de handen in de nek. Eén van mijn klasgenootjes was ook daarbij. We wisten dat haar vader NSB burgemeester was, maar dit bracht verwarring. Later kwam zij weer gewoon op school, ze werd getolereerd, meer niet.
In Assen waren mijn grootouders geëvacueerd vanuit Den Haag. Zij woonden met meerdere evacués in Huize Boschlust, een statig huis aan de Beilerstraat. Meerdere mensen hadden daar in die bevrijdingsnacht onderdak verkregen. Mijn grootvader vond het maar onzin om die avond naar de kelder te gaan. Hij kon immers net zo goed in zijn eigen bed gaan slapen. Met veel overredingskracht heeft mijn grootmoeder hem toch mee gekregen. De volgende ochtend bleek zijn bed doorzeefd van granaatscherven.
Toen het licht werd bonkte een Canadees tegen het raam van de kelder met de woorden ‘You are save, come out’. Een jaar later stuurde één van de eigenaresses van dit huis, ter herinnering, een tekening van haar hand aan alle betrokkenen. Als illustratie voeg ik deze tekening hierbij.























































































