65 Jaar Bevrijding

Lettergrootte:    
Bevrijding?
1945, Bandoeng, Jakarta
December 1944 vond de Jap het nodig dat ik bij mijn moeder, drie zussen en broertje wegging. Uiteindelijk moesten we met zeshonderd jongens naar het 15de Bataljon in Bandoeng, vroeger een kazerne van ons leger. Twaalf en dertien jaar waren we.

Een jongenskamp, gescheiden van het burgermannenkamp door een bamboevlechtwerk. Het clubje van drie waar ik in december bij hoorde, was intussen uitgegroeid tot een kongsi van tien man. In een vierkante zaal voor vijftig man tjakten we meteen een carré in het midden om onze bultzakken en daarmee onze groep bij elkaar te hebben.

 

Dagen gingen voorbij. Je liep wat rond in alleen korte broek. Altijd op blote voeten, ook als je wel schoenen had. Geen lessen, geen boeken. Af en toe een corvee. Stratego spelen totdat iedereen de stukken aan de achterkant herkende. Kaart spelen totdat de kaarten helemaal stuk waren. Je broek wassen als je die had besmeurd door die eeuwige spuitpoep. Een slootje waar wat water doorheen liep. Bescheten planken er overheen met een spleet ertussen. Steeds magerder, we hadden weinig te eten maar het had slechter gekund.

 

Op een dag moeten we bij elkaar komen op het grootste veld. Een meneer zegt dat hij goed nieuws heeft. Maar we mogen niet gaan juichen. Rustig blijven, want we worden in de gaten gehouden. Iemand zit naar ons te kijken vanaf het dak van de aangrenzende politiekazerne. 'Jongens, de oorlog is voorbij. De Amerikanen hebben een nieuw soort bom gemaakt en de Japanners hebben zich overgegeven. Het Wilhelmus mogen jullie nu niet zingen en het kamp mogen jullie niet uit.'

 

Dat Wilhelmus zingen mag een dag later. Nog wat later mogen we het kamp uit. Een wat oudere jongen komt uit een ander mannenkamp en vertelt me plompverloren dat mijn vader dood is. Verbaasd lachend weert hij me af als ik hem te lijf ga: 'Je liegt, je liegt.' We mogen niet meer het kamp uit; met mitrailleurvuur moet de Jap ons beschermen.

 

In een brief van mijn moeder lees ik dat mijn oudste zus en mijn broertje een paar maanden terug zijn overleden. Maanden later mag ik in de buik van een B-25 naar mijn familie in Batavia.

 

In Jakarta zie ik een tram rijden met in vette verfletters 'FREEDOM IS THE LIFEBLOOD OF ANY NATION.' Ik weet: ze hebben gelijk. Voordat de Jap kwam, had vader verteld over gebeurtenissen die van verzet getuigden. De vaderlandse politiek had niet geluisterd naar gerechtvaardigde politieke verlangens van de nationalistische beweging.

 

Eind november gaan we met een kleine boot naar Singapore, om van daaruit met een grote boot naar Nederland te gaan. In het ruim Ghurka’s die ook naar huis mogen. Een warme douche. Na een maand op schoenen lopen trek ik lappen eelt van mijn voetzolen. Ik mag op dek in een hangmat slapen. Sta in de fonkelende sterren van een tropennacht bij de boeg urenlang te kijken naar het fluorescerend water, opspattend tegen de van het schip wijd wegjagende kabel van de paravaan. VREDE.

 

 
Tijdlijn
  • 1943
  • 1944
  • 1945
  • 1946
  • 1947
  • 1930 - 1939
  • 1940 - 1949
  • 1950 - 1959
  • 1990 - 1999
  •