65 Jaar Bevrijding

Lettergrootte:    
Aan de Ubbergseweg in Nijmegen
16-09-1944 tot 20-09-1944, Nijmegen
De bevrijding van Nijmegen begon bij ons toen we 16 september de Duitsers kuilen in de weg zagen maken waar ze in gingen liggen. De volgende dag waren ze er niet meer.

Ik was net 21 en het oudste meisje van ’n gezin van tien kinderen. Ik realiseerde mij dat er haast geen brood meer in huis was en naar de Bergdalseweg gegaan om brood te halen, ongeveer tien minuten verderop.

Toen ik bij het paadje terug was stond er ’n Duitser met een geweer op mij gericht, schreeuwend ‘Zurück!’ Ik bleef kalm en legde uit dat ik beneden woonde en brood voor de kinderen had gehaald. Hij zei dat ik dan heel hard moest lopen. Toen ik beneden bij het steile pad kwam stond er weer ’n Duitser met geweer, die ook ‘Zurück!’ schreeuwde. Maar ik bleef voet bij stuk houden. Hij liet me door en ik kwam wit van schrik thuis.

De volgende dag waren de Amerikaanse parachutisten in Beek en Ubbergen geland en zaten achter ons in de tuin (we woonden tegen een beboste heuvel). Mijn vader zag dat het geen Duitsers waren en riep ‘Hello American!’ Met het geweer in de aanslag kwamen ze naar ons toe en vroegen waar de Duitsers zaten. Mijn moeder en alle kinderen werden in de kelder gebracht met matrassen, dekens enz. Mijn twee oudste broers verdwenen naar de Binnenlandse Strijdkrachten om de NSB’ers op te pakken en we hebben ze niet terug gezien.

Ik wilde de kelder niet in en bleef bij mijn vader. Maar toen ik boven bleef slapen was hij zo kwaad dat ik de volgende nacht ook maar beneden bleef. De dag daarop lagen de shrapnels op het bed!

De derde dag kwamen de Engelsen en gingen met hun tank vlak voor ons huis staan. In eerste instantie waren we blij met onze bevrijders. Mijn vader had ’n fles jenever bewaard en heeft met de Engelse tankbemanning op de bevrijding gedronken. Maar toen ze naar de Ooijpolder gingen schieten, kreeg ons huis de volle laag; daar zaten de Duitsers nog.

Ons huis werd aardig vernield, mijn zus gewond. Ik moest hulp halen in ’t Canisius ziekenhuis op de St. Annastraat, door de granaatregen heen op de fiets met houten banden. Ze konden niet komen: veel te gevaarlijk.

De gewonde Engelsen werden opgehaald en meteen werden mijn moeder en zus ook meegenomen. ’s Avonds hebben we het huis verlaten en zijn via een omweg weer in Nijmegen terechtgekomen. Ik ben meteen als verpleegster in opleiding gaan werken in het Canisius ziekenhuis.

Wat ik daar gezien heb aan doden en gewonden, en later mensen uit de concentratiekampen, is onvoorstelbaar. Maar ik heb volgehouden. Als eerstejaars verdiende ik tien gulden in de drie maanden. Je moest zelf je uniformen betalen maar onze kleren waren doorzeefd met granaten. Mijn moeder had namelijk de koffers in de tuin verstopt. Ik had geen heel stuk ondergoed meer!

De hele Batavierenweg die in brand werd gestoken en de dode Duisters in onze tuin, dat was allemaal griezelig. Maar het meest enge was de dodelijke stilte na de granaten.

 
Tijdlijn
  • 1940
  • 1943
  • 1944
  • 1945
  • 1946
  • 1930 - 1939
  • 1940 - 1949
  • 1950 - 1959
  • 1990 - 1999
  •