65 Jaar Bevrijding

Lettergrootte:    
Herfsttij 1944
1944, Tussen Eindhoven en Luik
Begin september 1944 moest ons gezin (vader/moeder, negen kinderen, ik zelf was toen twaalf) in opdracht van het terugtrekkende Duitse leger vertrekken uit ons dorp. Dit zou hoogstwaarschijnlijk het slagveld worden van onze bezetters tegen de geallieerden. Dit dorp lag op de route Luik – Eindhoven.

Samen met onze al wat oudere buren vertrokken wij met een lange, platte boerenwagen waarop wat eten, drinken en een doos kleding lag. Wij, de kinderen, trokken de wagen. Onze twee paarden stonden elders gestald. In die dagen moesten ook paarden onderduiken, want zij waren voor geen enkele Duitser veilig.

Wij trokken naar een naburig dorp. Daar kwamen we langs het huis van de zogeheten ‘luitenant’. Deze aanduiding stond voor de Duitse officier, die in de oorlogsjaren regionaal commandant was. Hij was al vertrokken. Mijn ouders gingen even kijken, of het huis bewoonbaar was. Dat was het, en hoe! Toen mijn moeder ook even de kelder bekeek, ontdekte zij ,dat de kelder vol stond met wekflessen ingemaakt vlees en Keulse potten groenten. Het besluit hier onze intrek te nemen was toen gauw genomen. We hebben er met veel plezier  een aantal dagen gewoond en goed gegeten.

Vanuit de brede dakgoot, bereikbaar via het dakroom, bekeken we de geallieerde vliegtuigen die de Duitse legeronderdelen beschoten. We zagen de vliegtuigen in een duikvlucht naar beneden scheren, hoorden het geknetter van de mitrailleurs en zagen dan de vliegtuigen in een grote boog over ons huis terug keren voor een volgende aanval. Wij zwaaiden ze enthousiast toe. Soms wiegelden ze met hun vleugels. Volgens mijn oudere broer was dat een teken van vriendschap.

Na een dag of tien is ons gezin weer teruggekeerd naar ons eigen huis. Het dorp was redelijk ongeschonden gebleven. Tot onze verbijstering had een van die granaten de  schuilkelder getroffen, die mijn vader had aangelegd achter ons huis in de tuin.

Een paar dagen later begonnen de geallieerden aan de slag om Arnhem. Het dorp bleef tot in het voorjaar rust- en herstelplaats voor legereenheden, die een tijd aan het front in Duitsland hadden gevochten. Het waren allerlei soorten legereenheden.

Ik herinner mij een tankeenheid , die enkele keren terugkeerde. Toen het wat kouder werd , werd het een vast gebruik, dat de officieren werden gehuisvest in de pastorie. Dat was het mooiste huis in het dorp. In ons huis, tegenover de pastorie, logeerden dan  op de grote, beschutte zolder  de oppassers en koks van deze officieren.  Toen groeide een gebruik., die mij lang is blijven heugen.

Zo`n twee keer per week maakten de koks van de officieren, samen met mijn moeder en een tante, die Nijmegen was ontvlucht, voor iedereen een warme maaltijd. De koks brachten dan allerlei lekkere ingrediënten voor het eten mee. We zaten dan met ons gezin, twee koks en een paar oppassers van de officieren aan tafel, de soldaten tussen de kinderen. Enkele  oudere broers van mij zaten toen op de middelbare school en spraken al wat Engels. Prachtige avonden voor ons kinderen.

In mei 1945 volgde de bevrijding van Nederland. Het tijdelijke internationale en multi- provinciale karakter van het dorp viel terug in zijn Brabantse boereneenvoud.

Vermeldenswaard is dat niemand in het dorp na de bevrijding behoefde te worden afgerekend wegens pro-Duits gedrag in oorlogstijd. Het leven hernam zijn normale ritme, de scholen startten weer, de schaarste aan allerlei goederen bleef nog lange tijd bestaan, er waren grote achterstanden in de opbouw van het dorp, maar er was weer een vrij gevoel en vertrouwen in de toekomst. 

 
Tijdlijn
  • 1940
  • 1943
  • 1944
  • 1945
  • 1946
  • 1930 - 1939
  • 1940 - 1949
  • 1950 - 1959
  • 1990 - 1999
  •