Hendrik Hommes wordt op 15 april 1945 gearresteerd door de Nederlandse Binnenlandse Strijdkrachten, waarna hij een uitputtende gang langs diverse interneringskampen maakt. Op 30 augustus 1946 belandt hij in het interneringkamp te Wezep.
Hommes wordt onder meer verraad, liquidatie van een illegale werker en onwettige vordering van fietsen en motorvoertuigen ten laste gelegd. Hommes is nooit berecht geworden, want voordat de rechtszaak tegen hem op gang komt, is hij al overleden.
In de interneringskampen wordt Hendrik Hommes zwaar mishandeld door bewakers. Deze mishandeling heeft hem zeer waarschijnlijk het leven gekost.
NSB-politieagent Arie Oudenaarden verklaart dat Hommes zwaar mishandeld wordt: ‘Hommes was immers als een wrak vanuit Steenwijk naar Gouda overgebracht. Aan een zijde was hij doof geslagen en getrapt. Zijn gezicht zat vol brandwonden, omdat men in Steenwijk telkens brandende sigaretten op zijn gezicht had uitgedoofd. Verder was hij inwendig gekneusd, o.a. was zijn nier gekwetst, door de verschrikkelijke mishandelingen die hij had moeten ondergaan’.
Zijn echtgenote schrijft meerdere brieven aan de marechaussee over de mishandelingen van haar man. Eén van die brieven, uit augustus 1945, is opmerkelijk vanwege zijn voorspellende karakter. Zo schrijft ze, ‘Voor alles, mijn man is geen moordenaar of misdadiger zooals men mij zoo vaak zegt’. […] ‘Na verloop van vier weken wist ik eindelijk waar mijn man was, er kwam een brief van hem om kleeren, maar wat daar mee gebeurd is, en dagelijks nog gebeurd, is niet te beschrijven. Als U er een klein gedeelte van leest zal U mij voor gek verklaren en ik kan ’t begrijpen, maar ik vraag mij dag en nacht af, zijn er anders niet meer als beestmenschen op deze aardbodem. Ik verwacht alle dagen het doodsbericht van mijn man want ik kan mij niet begrijpen hoe hij dit doorstaan kan en nog leefd.’ Ze vraagt tot slot: ‘En dan wou ik U vragen, […] wil U helpen dat ik dan toch nog het laatste, zijn lijk, krijg en dat dan zelf nog te kunnen verzorgen. Het is een gekke vraag zult U denken maar ik denk wel dat het gebeurd. Kan U niet zoo spoedig met mij in contackt komen, dan deel ik U uit voorzorg nu mede dat mijn man ingeschreven is bij de arbeiders lijkverbranding in Gouda op Zoutmansplein gevestigd. Die zorgd voor alles kist enz. en overbrenging naar Westerveld dat zou ik graag willen dat hij daar later begraven word.’
Op 21 februari 1947 overlijdt Hendrik Hommes in het interneringskamp annex -hospitaal te Wezep. De doodsoorzaak wordt nergens vermeld maar laat zich raden.
Meer lezen: Jan Kompagnie, De schrik van Gouda. Het optreden van SD'er Han Balvert in Midden-Holland (Waanders Uitgevers, ISBN 9789040086595).


























































































