Toen Dolle Dinsdag aanbrak, waren er vele voortekenen die wezen op een spoedig einde van de oorlog. Onder de vele burgers die reikhalzend uitkeken naar het komend wonder van het binnentrekken van de bevrijders, bevond zich ook Leny, om te kijken en om de Canadezen welkom te heten. Maar die kwamen maar niet...! Zij riep geëmotioneerd: ‘Oh, néé zeg!! En dan zag je al die NSB’ers en Duitsers allemaal vluchten, héérlijk, ópgesjeesd! Je wist niet wat je te wachten stond, toen...’
5 mei 1945: Bevrijdingsfeest in Dedemsvaart.
Silvia, ons derde zusje, had de bevrijdingsfeesten in Den Haag gemist. Want zij was toen nog in Dedemsvaart, waar zij sedert begin januari verbleef bij een boerengezin. Zij heeft aan de bevrijding in Dedemsvaart een hele akelige herinnering:
‘Omdat ze (de boerenfamilie) maar twee fietsen hadden, moest ik met boer Te Velde naar Dedemsvaart: zijn vrouw bleef noodgedwongen thuis, want ze hadden kleine kinderen.
Ik heb ze binnen zien komen, die Canadezen, maar er gebeurde daarna een vreselijk drama: dáár kwamen de Canadezen aan en dáár stonden de Duitsers nog aan de overkant, waar vijftien mannen stonden. En die hebben ze allemaal doodgeschoten. Zó, op de laatste seconde van de bevrijding. Niet te geloven! Gewoon mannen uit de buurt, die bij elkaar stonden. En dat midden tussen het enorme gejuich van de menigte rond de Tommy’s die van alles gooiden: sigaretten en chocola!’
En zij vervolgt haar verhaal:
‘Goed, toen zijn we naar huis gegaan, maar Ommen was níet bevrijd en wíj zaten daar tussenin. Toen we thuis kwamen, gingen Te Velde én zijn vrouw weg en moest ik op de kinderen passen: ik vond het dóódeng.
Op een nacht... werd er aangeklopt: het was een Duitse soldaat. Hij was heel aardig en Te Velde liet hem dus in de schuur achter slapen, in zo’n hokje. En toen heeft hij gewoon de Binnenlandse Strijdkrachten gewaarschuwd en die zijn hem de volgende dag op komen halen. Die man was dus uit de bossen gekomen (wij woonden tegen de bossen aan), met z’n handen omhoog. En in die bossen zaten nog een heleboel Duitsers. Gelukkig is alles goed gegaan, maar voor hetzelfde geld laat je een stel verkeerde Duitsers binnen, want je wéét het gewoon niet. Echt griezelig!’
De bevrijding in de ogen van een kind
Het jongste kind, Jaapje, beleefde in Den Haag bevrijdingsdag heel intensief, al was hij nog geen drie jaar oud. Hij herinnert zich de laag vliegende machines van de geallieerden. En ook hun tanks en pantserwagens die diepe sporen trokken in het asfalt van het De Savornin Lohmanplein. Er werd daar, en bij de voormalige Dalton HBS, van alles uitgedeeld. Jam en wittebrood, zoals het werd genoemd: een plaats van overvloed. Lange tijd heeft hij iedere man in uniform voor een Canadees aangezien.
Het jongste zusje, Cläry, toen zes jaar oud, had ongeveer dezelfde herinneringen: tanks met rupsbanden; als ze stil stonden snel zoeken of ergens in de buurt van het voertuig sigarrettenpeuken te vinden waren. Bij de Dalton HBS dringen om een plaatsje vooraan om de heerlijkheden die ze uitdeelden zo spoedig mogelijk in handen te krijgen. En later, samen met Moeder, echt Zweeds wittebrood halen bij een bakker in de Appelstraat, onder auspiciën van het Rode Kruis. Feestvieren. Alle kinderen verkleed. Dansen (!) op iedere straathoek. Alle mensen blij, blij, blij.
Dit is een bewerkt fragment uit 'Gezin in oorlogstijd. Een reconstructie 1940 - 1945' geschreven door Cläry Benjamins - Schalekamp























































































