65 Jaar Bevrijding

Lettergrootte:    
Gevoelens van pijn en vreugde na de bevrijding
02-1945, Ruinen
In de dagen voor de bevrijding heb ik doodsangst leren kennen. Ik weet niet eens meer hoe het allemaal ging. Het is net als de herinnering aan pijn – je weet dat het heel erg was maar je kunt het niet meer voelen. De vreugde daarentegen voel ik nog altijd.

Na een hongertocht in februari 1945 werd ik in Ruinen (Drenthe) door lieve mensen opgenomen. Die tocht was ook vol angst, maar dat was voor een enge kerel en angst voor het onbekende.

Ik was vijftien jaar en helemaal alleen. Ik werd door deze mensen liefderijk verzorgd en kwam kilo’s aan. Het huis waar ik verbleef lang aan de Meppelerweg. Begin april trokken soms ordeloze troepjes Duitsers langs de weg en het gerucht ging, dat de Canadese troepen steeds dichterbij kwamen. Spanning zat in de lucht.

De omgeving werd dorp voor dorp bevochtend. Op 9 april waren de bevrijdingstroepen al dicht bij ons dorp en de familie bij wie ik was, besloot verder naar het achterland te gaan en daarbij vrienden het verloop van de gevechten af te wachten. De Meppelerweg zou zeker in de vuurlinie komen te liggen.

Er werden kleren gepakt en maatregelen getroffen. Ik had mijn makelaar en ging aan de overkant van de weg in het gras liggen. Het was prachtig weer. Dat grasland lag dicht bij het huis, het was een grote weide met een rand bomen en kreupelhout. Het gras was al aardig hoog. Ik ben er in slaap gevallen. Niemand wist waar ik was. De mensen zullen ongetwijfeld geroepen hebben en gezocht. Ik heb niets gemerkt en volg zorg om mij zijn zij die middag vertrokken.

Het moet al laat in de middag zijn geweest toen ik wakker werd. Het was griezelig stil om mij heen, ik kreeg een angstig gevoel. Toen ik opstond, vlogen de kogels mij rond de oren. Ik begreep de situatie waarin ik nu was en liet me onmiddellijk vallen en bleef doodstil liggen. Zo ben ik blijven liggen tot het bijna helemaal donker was.

Toen ben ik op mijn buik door het gras naar de weg geschoven. Het bleef stil en griezelig. Ik waagde het op te staan, begreep dat iedereen weg was en had maar een gedachte, naar de boerderij hollen die het dichtste bij lag, maar wel van de weg af. Dat was vijf minuten lopen.

Ik vloog de weg af, het leek of mijn voeten de grond niet raakten. Tweemaal moest ik mij in een greppel laten vallen, omdat er weer geschoten werd. Verder weet ik het niet meer. Ik heb de boerderij bereikt en heb daar de nacht doorgebracht. Een paar dagen later hoorden we dat het dorp was bevrijd.

Op een geleende fiets reed ik erheen. Daar waren onze bevrijders! Een hele rij tanks met soldaten. Ik kreeg chocolade en in mijn ‘schoolengels’ bedankte ik ze voor alles. Het was een vrolijke, feestelijke bijeenkomst van dorpsbewoners en ook de onderduikers die nu tevoorschijn konden komen. Ik lachte en danste van blijdschap.

Onuitwisbaar echter is de vreugdevolle, diepe emotie die ik voelde bij het weer naar huis rijden langs de weilanden. Ik keek naar de blauwe lucht, liet het stuur los en hief mijn handen op. Even stokte mijn adem, toen barstte een geweldige jubelkreet los alsof ik het heelal moest vullen.

 
Tijdlijn
  • 1943
  • 1944
  • 1945
  • 1946
  • 1947
  • 1930 - 1939
  • 1940 - 1949
  • 1950 - 1959
  • 1990 - 1999
  •