Ik reed op mijn fiets naar het centrum om de intocht van 'Keep Them Rolling' te zien. 'Keep Them Rolling' is een colonne van oude legervoertuigen, van jeeps tot tanks, bemand door gerimpelde Canadezen, die er bij waren destijds.
Deel van de viering was ook het overvliegen van een oude Mitchell-bommenwerper uit 1942. Ik hoorde dat wroem-wroem geluid van oude propellermotoren, tranen schoten in mijn ogen, ik kreeg een brok in mijn keel en moest stoppen om mijn ogen droog te vegen. Waarom, vroeg ik me af, raak ik zo van streek van alleen maar een geluid, het geluid van oude vliegtuigmotoren.
Ik was veertien toen ik de Canadese tanks over de Biltsestraatweg Utrecht zag binnenrijden. Het was april 1945, maar het geluid van een Centurion-tank roert mij niet tot tranen zoals het lawaai van een oude bommenwerper. Malende vliegtuigmotoren zitten bij mij blijkbaar dieper.
Vele nachten lang in 1943 en 1944 hoorden wij het monotone gebrom van vliegtuigen, eskaders Engelse en Amerikaanse bommenwerpers op weg naar steden in Duitsland. We voelden vooral gruwelijke tevredenheid: 'Nou krijgen ze terug wat ze ons in Rotterdam hebben aangedaan.' Niet het gevoel van bevrijding, maar het genot van vergelding.
Het idee dat vrijheid dichtbij was, kwam toen gevechtsvliegtuigen gierend laag overvlogen om Duitse militaire colonnes te beschieten. Dat was vooral angstaanjagend.
Pas toen de Luftwaffe uitgeschakeld was en de Mitchell-bommenwerpers laag overvlogen werd die monotone geluidsdreun de klank van de vrijheid. Een geluid dat me onbewust is bijgebleven en dat zijn hoogtepunt vond toen diezelfde Mitchells, laag overvliegend, geen bommen maar Zweeds wittebrood uitwierpen. Gods gift na een hongerwinter op broodpap van zemelen en tulpenbollen. Dat kloppende, tollende geluid van zwoegende propellermotoren was voor mij het geluid van bevrijding, van weer toekomst. Daar kwam ik achter, die zaterdagochtend op de fiets.























































































