65 Jaar Bevrijding

Lettergrootte:    
Evacuatie en Bevrijding
1945, Appingedam
Arend Buitendam (1935) beleeft het slotstuk van de Duitse bezetting in Noordoost Nederland. Deze tekst is ontleend aan ‘Goede oorlogsjaren’ uit zijn verhalenbundel Ondertonen.

Omstreeks 15 april werden wij ondergebracht in de kerk van het terpdorpje Opwierde. Mijn vader was er niet bij. ’s Avonds komen mannen uit de toren naar beneden: ‘Stad Grunnen stait ien braand!’ Onze bevrijders zijn onderweg!

Wij gingen naar huis terug, waar mijn moeder voorbereidingen trof voor de evacuatie. De Canadese bevrijders zouden de aanval op Appingedam op 21 april inzetten. De houthandelaar P. kwam langs en zei dat wij ’s middags vertrekken met enkele families op paard en wagen.

Tegen de avond kwamen wij in Loppersum, waar de nacht werd doorgebracht op stro in een school. Mijn geestelijk gehandicapte broertje was vaak overstuur. Dit hield anderen uit hun slaap, wat weer op mijn moeders gemoedsrust inwerkte.

De volgende dag trokken wij verder naar Stedum, waar slaapplaatsen waren ingericht in een schuur. Er volgden twee onrustige nachten, waarin mijn moeder het te stellen had met mijn broer. Er werd een ander onderkomen voor ons gezocht, een grote villa bewoond door een rentenierende, welgestelde herenboer en zijn inwonende huishoudster.

‘U bent met z’n drieën?’ vroeg de gezette heer. Hij zat in een crapaud waarachter de huishoudster als een schildwacht stond opgesteld.
‘Ja, mijnheer,’ antwoordde mijn moeder. ‘Het valt niet mee met mijn jongste zoon in de schuur. Hij is…’
‘Ja, ik weet ervan. Het is trouwens ook aan hem te zien.’

‘Ik hoop dat u ons een tijdje in huis kunt nemen,’ opperde mijn moeder. ‘Iedereen is er mee geholpen’.
‘Waar is uw man?’
‘Dat weet ik niet…,’ antwoordde mijn moeder aarzelend.
‘Weet u dat niet?! Aan welke kant staat hij? Is hij voor de Moffen of voor Nederland?’
‘Hij had een plek gevonden bij een boer in Oudeschip, maar waar hij nu…’
 De voormalige landbouwer kijkt op naar de huishoudster. Zij knikt, bijna onzichtbaar.
‘Goed, wij zullen het proberen. Boven is een kamer voor u. Juffrouw Dine zal u die wijzen.’
 
 Na twee dagen deed de herenboer zijn beklag. Het was lawaaiig, mijn broer zijn buien en mijn gedraaf waren hinderlijk. Wij verhuisden andermaal en kregen onderdak bij een behulpzaam, kinderloos, boerenarbeidersgezin, de familie M. Zij hadden een kleine woning: bijkeuken, kamer annex bedstee en een zolder. Wij werden gelegerd op de zolderverdieping. Hier bleven wij, ongeveer een week. Dagelijks ontmoette ik bij de toren van de kerk in Stedum enkele jongens uit Appingedam, ook evacués.

 Plotseling verscheen een Fiatje met een rood kruis op het dak, waaruit mijn vader stapte. Een verrassend weerzien, vooral omdat hij allerlei spullen meebracht. Ik kreeg een stel leren laarzen. Iets te groot, maar niemand had zulke mooie laarzen! Ze waren van Duitse makelij, maar gezien als buit was het gebruik ervan gerechtvaardigd.

Mijn vader ging alleen terug. Hij vertelde over beschietingen en brandstichting en dat hij bescherming vond in de grote inloopkluis van de onderneming waar hij werkte en in de kelder van de openbare bibliotheek. Appingedam werd 2 mei 1945 bevrijd bij veel vuur van Duitse en Canadese artilleriestellingen. Er vielen meer burgerslachtoffers dan bij de Canadezen en Duitsers samen.

Wij keerden kort na 2 mei terug naar huis. Pas toen kwam mijn vader weer bij zijn gezin. Ons huis stond nog overeind. De ruiten waren gesprongen. De kippenren was leeg

 
Tijdlijn
  • 1943
  • 1944
  • 1945
  • 1946
  • 1947
  • 1930 - 1939
  • 1940 - 1949
  • 1950 - 1959
  • 1990 - 1999
  •