Haar vader Harmen Vlug, mijn opa, was boer in Nieuw Loosdrecht en een hartstochtelijke dierenvriend. Ik was dol op hem, en zijn liefde voor dieren - in het bijzonder voor paarden - heb ik ongetwijfeld van hem geërfd; als klein meisje zette hij mij al regelmatig op een paardenrug of mocht ik meerijden op de bok.
Het onderstaande bevrijdingsverhaal gaat over de diepe band tussen mijn opa en zijn twee paarden, Hans en Nel. Het verhaal ontroert me tot op de dag van vandaag. Ik geef het hieronder weer zoals mijn moeder het mij tijdens het interview heeft verteld, want zij was er immers zelf bij! De foto spreekt voor zich.
‘En toen kwam dus de bevrijding...Vertel het verhaal van de paarden eens?’
‘Onze paarden, Nel en Hans, liepen boven in het land achter onze boerderij, bij het Tienhovens kanaal in de buurt. Zo’n zes weken voor de bevrijding hebben Duitsers vanaf de Radeweg de paarden zien lopen en meegenomen naar het vliegveld, waar de Duitsers gestationeerd waren. Mijn vader, die dol was op zijn paarden, is toen direct naar het vliegveld gegaan om te vragen wat er met ze was gebeurd. Dat was natuurlijk levensgevaarlijk, maar gelukkig trof hij daar een ‘nette’ officier, geen SS-er of zo, die zelf van paarden hield.
Mijn vader, die een heel charmante man was, is toen met hem gaan overleggen: ‘Wat bent u van plan, en wat gaat er gebeuren met de paarden als het niet goed gaat met jullie? Gaat u ze dan dood schieten?’ Hij antwoordde: ‘Kom nou, ik ga ze niet dood schieten! Ik beloof u dat ik goed op ze zal passen.’
‘Zou ik ze dan misschien op mogen halen als het hier misgaat?’ vroeg mijn vader toen. ‘Ja’, zei de officier, ‘als er iets met ons gebeurd - want het gaat natuurlijk niet goed -, dan mag u komen.’
Diezelfde officier is daarna ook nog een keer ’s avonds op het grote paard, Nel, koffie komen drinken bij ons thuis; dat hadden de mensen in het dorp gezien: ‘Dat is Harmen Vlug z’n paard! Waar gaat die nou heen? Zou die naar Harmen gaan?’ Het was een goede Duitser, en hij had de leiding op het vliegveld.
Dus mijn vader is op bevrijdingsdag naar het vliegveld gegaan, met oranje strikjes in zijn zak. We hoorden op 4 mei ’s avonds dat we bevrijd waren en op 5 mei ’s morgens ging de vlag uit en mijn vader vertrok op de fiets naar het vliegveld. 'Ik ga er heen', zei hij, 'nou wil ik ze hebben. Hij heeft het beloofd.' En iedereen in het dorp zei: 'Dat lukt hem nooit. Je vader schieten ze dood voordat ie...'
Maar het liep goed af, want inderdaad, hij kreeg ze mee: ‘Alsjeblieft’, zei de officier, en hij heeft nog een militair meegegeven ook, om hem te begeleiden, maar die werd door de B.S. halverwege tegengehouden; ze zeiden: ‘Wegwezen, anders schieten we je dood!’. Dus die ging terug.
En daar kwam ie aan zeg. Oh oh oh. Maar toen moesten we toch nog wel om 1 uur ’s middags de vlag binnen halen, want er kwamen ineens SS-ers langs.
Maar oh wat was die man gelukkig zeg! Zo leuk: aan de halsters van die paarden die oranje lintjes allemaal.'
'Wie heeft de foto gemaakt?'
'Dick Lourens, onze evacué uit Oosterbeek. Prachtig was het. Zó’n bijzondere gebeurtenis geweest...'
























































































