65 Jaar Bevrijding

Lettergrootte:    
Een tros bananen
23-08-1945, Semarang
Semarang (Java), op 23 augustus 1945, ergens rond twaalf of een uur: het begin van de raarste en rommeligste tijd van m’n leven (veertien jaar oud).

Op 15 augustus capituleerde Japan en hoewel wij al vele geruchten gehoord hadden en er zelfs een Zwitser zijn vrouw was komen opeisen aan de poort, bleef de toestand in het kamp op gebied van eten en medicijnen nog acht dagen ongewijzigd met alle honger, ziekten en doden van dien, tot…

 

Ik stond voor het kantoor met mijn pan en etenskaart voor het middagmaal, toen er opeens vliegtuigen over vlogen. Héél laag, de rood-wit-blauwe cirkels onder hun vleugels duidelijk zichtbaar.

 

Vervolgens dwarrelde er een wolk van ontelbare papiertjes door de lucht. Iedereen gilde en schreeuwde door elkaar en holde om zo’n papiertje te bemachtigen. Ik dus ook, maar steeds was iemand mij voor. Ik zag er een op het dak van de trap naar de technische school liggen en was er in een wip bovenop geklauterd. Jammer genoeg waaide het net voor mijn neus weg. Ik heb er dus geen kunnen bemachtigen. Dat maakte de opwinding er niet minder om.

 

De vrouwen zetten het Wilhelmus in. O, jee, daar kwam een hoge Piet aan, geflankeerd door twee Japanse militairen met indrukwekkende geweren. We vielen allen stil. Toch nog onzeker en bang over wat hij met ons zou doen. De knaap hield vervolgens een toespraak waarvan ik niets begreep, behalve dat de oorlog voorbij was en we ons koest dienden te houden.   

 

Maar op weg naar huis hoorde ik een gekrakeel van jewelste. Op het gedèk (de bamboe-omheining) van de vijfde Blimbing, die grensde aan het maisveld buiten het kamp, stonden vrouwen boven op het prikkeldraad te zwaaien met lappen, jurken, theedoeken en vodden om te ruilen tegen etenswaar. Pas toen eigenlijk drong het tot me door dat het nu echt gedaan was met de oorlog en vooral met de honger.

 

Uiteraard kreeg ik thuis een heleboel spullen toegestopt en binnen de kortste keren stond ik met mijn nog steeds ongeschoeide voeten, dus wel voorzichtig, boven op het prikkeldraad te zwaaien en te onderhandelen. Ik kwam thuis met een kip en ik weet niet meer wat voor andere zaken en heb die namiddag een hele tros bananen opgegeten, in de zalige wetenschap dat ik voortaan weer kon eten tot ik 'barstte,' het beste maal dat ik ooit kreeg. Het was de gelukkigste dag van mijn hele leven, meende ik.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 
Tijdlijn
  • 1943
  • 1944
  • 1945
  • 1946
  • 1947
  • 1930 - 1939
  • 1940 - 1949
  • 1950 - 1959
  • 1990 - 1999
  •